
Een aanbieder van een online dienst waarbij als enige tegenprestatie de gebruiker persoons- of bedrijfsgegeven prijsgeeft, zou nu al moeten onderzoeken of het huidige verdienmodel zou kunnen leiden tot btw-afdrachtplicht uit de waarde die de verzamelde persoonsgegevens vertegenwoordigen.
’Gratis’ googelen?
Bijna iedereen kent het wel, je googelt wat en er verschijnen als vanzelf advertenties in beeld over producten en diensten waar jij als persoon of bedrijf in geïnteresseerd bent.
We zijn niet meer naïef, we weten: dat is geen toeval. Ons online gedrag, of dat nu via apps of websurfen is, wordt gevolgd, in kaart gebracht en door bedrijven verkocht en gebruikt om ons te lokken weer nieuwe of gebruikte producten en diensten te kopen.
De gebruiker betaalt met persoonlijke gegevens
Niet iedereen realiseert zich waarschijnlijk dat het ‘gratis’ gebruik van browsers, platforms, apps en websites kan worden gezien als een dienst van de aanbieder die de gebruiker betaalt met het beschikbaar stellen van zijn/haar persoons- en zoekgegevens.
Een zeer lucratief verdienmodel blijkbaar waar belastingdiensten graag een graantje van meepikken.
Vorige week heeft de Italiaanse belastingdienst dan ook het voortouw genomen en btw-aanslagen opgelegd voor honderden miljoenen bij de techgiganten Meta, X en LinkedIn.
Er is volgens de Italiaanse belastingdienst sprake van een prestatie en een vergoeding, twee basisvoorwaarden voor het belasten van een levering of dienst met btw. Uit de waarde van de gegevens die de ondernemingen ontvangen hebben moet volgens de Italiaanse belastingdienst dan ook btw afgedragen worden, hetgeen de techgiganten niet hebben gedaan.
Juridische strijd
Er zal een juridische strijd volgen. Mocht Italië de strijd winnen, dan zullen ook de belastingdiensten in andere lidstaten in actie (moeten) komen. Eventueel komen deze nu al in actie om naheffingstermijnen zeker te stellen. De belastingdienst heeft de mogelijkheid om meerdere jaren nadat de belaste prestatie is verricht een naheffingsaanslag op te leggen. In Nederland is de naheffingstermijn vijf jaar.
Juist de introductie van de eerder dit jaar aangenomen VIDA-maatregelen (VAT in the Digital Age) heeft lidstaten duidelijk gemaakt of moeten maken dat btw-heffing en de digitale wereld verder samengebracht moeten worden.
Het is de verwachting dat het Hof van Justitie uiteindelijk duidelijkheid zal maken of en, zo ja, onder welke omstandigheden ‘gratis’ online diensten belast dienen te worden met btw.
‘Gratis’ online diensten MKB en btw
Een uitspraak dat de ‘gratis’ digitale dienstverlening inderdaad kan leiden tot btw-afdrachtplicht bij de aanbieder kan ook gevolgen hebben voor kleinere en middelgrote ondernemingen in Nederland.
Aanbieders van online diensten die ‘gefinancierd worden’ uit de verkoop van de gegevens van gebruiker die ’in ruil’ voor de dienst ter beschikking worden gesteld (bewust of onbewust, wie leest de kleine lettertjes?), zouden nu al moeten onderzoeken of het huidige verdienmodel zou kunnen leiden tot btw-afdrachtplicht uit de waarde die de verzamelde gegevens van de gebruikers vertegenwoordigen en hoe het businessmodel eventueel aan te passen. Dit zou zomaar kunnen gelden voor onbetaalde diensten van:
BTW-INSTITUUT gaat graag met u in gesprek over de eventuele risico’s ook waar het andere btw-aspecten van ’digitaal’ zakendoen betreft. Hiervoor kunt u contact opnemen met onze Ariane van den Berg, adviseur van de internationale afdeling via het telefoonnummer 078 – 622 54 52 of het e-mailadres info@btwinstituut.nl.
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer