Bewijs nultarief leveringen aan Oekraïense afnemer niet geleverd
Een v.o.f. die handelt in ict-apparatuur verkoopt in 2004 en 2005 lcd tv-schermen aan een Oekraïense afnemer. Op de facturen is geen btw in rekening gebracht. De goederen worden volgens de v.o.f. afgeleverd in Duitsland en daarvandaan door de afnemer verder vervoerd naar Oekraïne. Op de facturen is geen btw-identificatienummer van de afnemer vermeld. Voor de goederen zijn geen inkoopbonnen of pakbonnen aanwezig. In de aangifte zijn deze leveringen niet opgenomen, terwijl deze leveringen ook niet zijn gelist. Naar het oordeel van Hof Arnhem is het voor de toepassing van het nultarief onvoldoende dat de afnemer in de Oekraïne is gevestigd. Hoewel de v.o.f. nadrukkelijk heeft betoogd dat het hier niet gaat om een intracommunautaire levering, dient haar betoog volgens het hof wel als zodanig worden begrepen. Het enkel overleggen van de facturen en de verklaring van de buitenlandse afnemer is echter onvoldoende voor de toepassing van het nultarief. Dat bescheiden uit de boekhouding van de v.o.f. zijn ontvreemd brengt naar het oordeel van het hof niet met zich mee dat de bewijslast op de inspecteur rust. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet omdat de v.o.f. uit de correspondentie met de inspecteur redelijkerwijs niet heeft kunnen begrijpen dat de overbrenging van de goederen naar Duitsland kwalificeert als uitvoer van goederen uit de EU.
Voor meer informatie over het bewijzen van het nultarief bij uitvoer en intracommunautaire leveringen zie 9.1.2 en 9.3 van het btw-handboek.