ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Douaneschuld art. 204 CDW leidt tot heffing invoer-btw

15 mei 2014 2 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Op grond van art. 18 Wet OB kwalificeert de onttrekking van een goed aan een douaneregeling als de invoer van het goed van buiten de EU. Ter zake van deze invoer is btw verschuldigd. 

De Nederlandse btw-ondernemer X B.V. (hierna: X) houdt zich onder meer bezig met het samenstellen en verhandelen van technische apparaten. Op 26 oktober 2005 heeft X aangifte gedaan tot plaatsing van een motor onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer, met als geadresseerde D B.V. (hierna: D). Op 14 november 2005, 17 dagen na de uiterste datum waarop de motor bij het douanekantoor van bestemming moest worden aangebracht, heeft een vertegenwoordiger van D de motor aangebracht onder een andere douaneregeling, namelijk actieve veredeling. De inspecteur heeft, na het – zonder resultaat – opvragen van aanvullend bewijs bij X, geconcludeerd dat de motor niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen is aangebracht bij het douanekantoor van bestemming en daarom aan het douanetoezicht onttrokken is, waarna hij ruim € 1.000 aan douanerechten en bijna € 5.000 aan invoer-btw heeft nagevorderd van X. X is tegen deze navorderingen in verweer gekomen, omdat hij meent dat een enkele overschrijding van de termijn niet kan leiden tot de conclusie dat het goed aan het douanetoezicht onttrokken is. 

De Hoge Raad heeft in deze zaak prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. Met betrekking tot de heffing van invoer-btw heeft de Hoge Raad gevraagd of er een btw-schuld ontstaat op het moment van ontstaan van de douaneschuld, namelijk als de ondernemer niet voldoet aan één van de verplichtingen die voortvloeien uit het gebruik van de douaneregeling waaronder het goed geplaatst is (art. 204 CDW). 

Het HvJ EU heeft, in tegenstelling tot hetgeen A-G Jaäskinen in deze zaak concludeerde, geoordeeld dat invoer-btw verschuldigd is indien het goed aan de douaneregeling wordt onttrokken waaronder het is geplaatst, zelfs indien een douaneschuld slechts op grond van art. 204 CDW is ontstaan. De verwijzende rechter zal na moeten gaan of het goed in casu al dan niet onttrokken is aan de regeling extern douanevervoer. 

Zie 9.2 voor meer informatie over de invoer van goederen.?

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.