ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Geen btw-aftrek catering vaktechnische lunches en cursussen

3 december 2015 4 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Op grond van het BUA is de aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op het verstrekken van spijzen en dranken om niet of tegen een lage vergoeding aan het personeel uitgesloten. Hof Amsterdam heeft recent geoordeeld dat geen recht bestaat op de aftrek van btw op de maaltijden die aan werknemers worden geserveerd tijdens vaktechnische overleggen en cursussen tijdens lunchpauzes of na werktijd.

Een internationaal opererend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten houdt wekelijks tijdens de lunchpauzes of buiten de reguliere kantoortijden vaktechnische overleggen, zodat de werknemers zoveel mogelijk declarabele uren kunnen maken en het contact met de cliënten zo min mogelijk hinder ondervindt. De vaktechnische overleggen worden in beginsel per afdeling georganiseerd en duren één à twee uur. Daarnaast vinden diverse cursussen plaats om te voldoen aan de eisen van permanente educatie. Tijdens de bijeenkomsten, die verplicht zijn voor de werknemers, verstrekt het kantoor spijzen en dranken aan de deelnemers. Deze eenvoudige maaltijden (waarvan de kosten € 5 tot € 10 per persoon bedragen) worden door een cateringbedrijf geserveerd in de vergaderruimte. Het kantoor beschikt tevens over een bedrijfskantine, waar werknemers maaltijden tegen betaling kunnen krijgen. Het staat de werknemers vrij om zelf voor een maaltijd te zorgen. 

Het kantoor heeft de btw op de verstrekte spijzen en dranken als voorbelasting in aftrek gebracht. De Belastingdienst heeft vervolgens een naheffingsaanslag opgelegd, omdat deze btw naar de mening van de inspecteur niet aftrekbaar is.

Rechtbank Noord-Holland heeft in eerste aanleg in deze zaak geoordeeld dat de btw op de spijzen en dranken op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) niet voor aftrek in aanmerking komt. In hoger beroep bevestigt Hof Amsterdam de uitspraak van de rechtbank. Het kantoor heeft in hoger beroep aangevoerd dat wordt voldaan aan de criteria uit het Fillibeck-arrest (zie 10.3.4.13),  namelijk dat de btw-aftrek niet wordt uitgesloten indien een overwegend zakelijk belang bestaat bij een bepaalde uitgave. In casu is hiervan volgens het kantoor sprake, omdat haar doelstelling om het realiseren van (een bepaald aantal) declarabele uren per werknemer vereist dat zij spijzen en dranken tijdens vaktechnische bijeenkomsten aan haar werknemers (om niet) verstrekt. Het hof verwerpt deze stelling, omdat de Fillibeck-criteria slechts van toepassing zijn op de ruime en onbepaalde BUA-categorie ‘loon in natura’ (art. 1, lid 1, onderdeel c BUA). Aangezien de verstrekkingen in deze zaak aan te merken zijn als ‘spijzen en dranken’ (art. 3 BUA), is voor de toepassing van de Fillibeck-criteria geen plaats. Daarnaast heeft de rechtbank volgens het hof op goede gronden overwogen dat het op grond van jurisprudentie van het HvJ duidelijk is dat een lidstaat de aftrek van voorbelasting op bepaalde uitgaven mag uitsluiten, ondanks het doel of het gebruik. De aftrek van voorbelasting op de aanschaf van de maaltijden is derhalve uitgesloten.

De hof oordeelt net als de rechtbank -kort gezegd- dat de aftrekuitsluiting voor het verstrekken van spijzen en dranken om niet of tegen een lage vergoeding als bedoeld in art. 3 van het BUA ook geldt indien het privégebruik van ondergeschikte betekenis is. Naar onze mening is dit te kort door de bocht. Uit art. 16 Wet OB volgt dat ook deze aftrekuitsluiting bedoeld is om te voorkomen dat de spijzen en dranken voor het bevredigen van behoeften van anderen dan ondernemers (lees: het personeel) wordt gebruikt. Dit betekent onzes inziens dat deze aftrekuitsluiting (net als de aftrekuitsluiting voor loon in natura) toepassing mist indien bij het verstrekken van de catering de behoeften van het bedrijf vooropstaan. Dat in een situatie zoals in deze zaak het privégebruik van ondergeschikt belang is, blijkt naar onze mening uit het Danfoss & AstraZeneca-arrest van het HvJ (C-371/07). Wij verwachten dan ook dat tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie wordt ingesteld. Zie 10.3.4 voor meer informatie over het BUA.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.