Subjectieve waarde auto vormt maatstaf van heffing
Een ondernemer heeft een auto verkocht voor een substantieel lagere prijs dan de waarde die de auto in het economisch verkeer heeft. De inspecteur heeft de ondernemer een naheffingsaanslag opgelegd, omdat hij volgens de inspecteur btw had moeten voldoen over de waarde die de auto in het economisch verkeer heeft. Hof Arnhem heeft echter geoordeeld dat de subjectieve waarde, dat wil zeggen de prijs waarvoor de auto is verkocht, het uitgangspunt van de maatstaf van heffing vormt.
Zie 4.1 voor meer informatie over de vergoeding.