ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Kennisbank

Kennisbank

Verdiepende artikelen over btw, compliance en fiscale risico's, nieuwsberichten en actuele ontwikkelingen. Geschreven door onze specialisten, voor professionals die voorop willen lopen.

Kennisbank

Archief 13 december 2016

Begeleiding kinderen in opdracht van zorgboerderij btw-vrijgesteld

Een maatschap van zorgverleners die kinderen op een zorgboerderij begeleiden tijdens sportgroepjes, een kookgroep en bij wisselende activiteiten, sluit hiervoor overeenkomsten met de zorgboerderij. Het geld komt via een zorgkantoor en zorgboerderij of rechtstreeks via de ouders binnen bij de maatschap. Ouders met een PGB betalen voor individuele begeleiding rechtstreeks aan de maatschap.

Lees verder
Archief 9 december 2016

Beheer pensioenvermogen in middelloonstelsel btw-belast

Het beheer van het vermogen van een bedrijfstakpensioenfonds met een middelloonstelsel is volgens de Hoge Raad belast met btw.

Lees verder
Archief 9 december 2016

Overdracht broeikasgasemissierechten btw-belast in land afnemer

Naar het oordeel van het HvJ is de overdracht van broeikasgasemissierechten aan een ondernemer in een andere EU-lidstaat ook onder de oude plaats-van-dienst-regels belast in het land van de afnemer.

Lees verder
Archief 5 december 2016

Europese Commissie: lager btw-tarief voor digitale media

Het voorstel van de Commissie is onderdeel van een reeks maatregelen die het btw-klimaat voor e-commercebedrijven in de EU moeten verbeteren. Dankzij deze voorstellen zullen consumenten en bedrijven, met name start-ups en midden- en kleinbedrijven, gemakkelijker goederen en diensten online kunnen aan- en verkopen.

Lees verder
Archief 2 december 2016

Btw-compensatie Gemeente Nijkerk recht voor aanleg op- en afritten A28

De gemeente Nijkerk heeft volgens de Hoge Raad recht op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds voor de btw die drukt op de aanleg van op- en afritten van de A28.

Lees verder
Archief 1 december 2016

Geen bezwaar mogelijk tegen weigering uitbreiding fiscale eenheid

Naar het oordeel van Rechtbank Den Haag is het besluit van de inspecteur om het verzoek om uitbreiding van de fiscale eenheid niet in te willigen, geen voor bezwaar vatbare beschikking.

Lees verder
Archief 1 december 2016

Notariële akte van levering geen factuur

Een notariële akte is naar het oordeel van de Hoge Raad niet aan te merken als een factuur in de zin van art. 37 Wet OB indien daarin slechts vermeld is dat partijen ten overstaan van de notaris verklaren dat over de koopsom btw verschuldigd is en dat de verkoper kwijting verleent voor de betaling van de koopsom.

Lees verder
Archief 30 november 2016

Beheer vastgoedfonds dat vrijgesteld is van vergunningplicht btw-belast

In de zaak “Fiscale eenheid X N.V. c.s.” heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beheer van een vastgoedfonds dat vrijgesteld is van de vergunning- en registratieplicht niet btw-vrijgesteld is.

Lees verder
Archief 29 november 2016

Niet-geïntegreerde zonnepanelen verlagen heffing over privégebruik woning niet

Het aanbrengen van niet-geïntegreerde zonnepanelen op een woning met kantoorruimte leidt naar het oordeel van Rechtbank Gelderland niet zonder meer tot een hoger percentage zakelijk gebruik van de woning.

Lees verder
Archief 28 november 2016

Uitsluiting alcoholische dranken van 6%-tarief voor restaurantdiensten toegestaan

Na Rechtbank Zeeland-West-Brabant en Rechtbank Gelderland heeft nu ook Rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat de uitsluiting van alcoholische dranken van het lage btw-tarief voor restaurantdiensten toegestaan is.

Lees verder
Archief 25 november 2016

Zelfstandig handelende commissaris kwalificeert als btw-ondernemer

Een commissaris van een stichting kwalificeert naar het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant als btw-ondernemer, omdat hij zelfstandig optreedt in het economisch verkeer.

Lees verder
Archief 23 november 2016

6% btw voor diensten Sinterklaas

Uitvoeringen van acteurs voor publiek zijn belast met 6% btw. Daarom geldt voor een optreden als Sinterklaas of Kerstman ook het tarief van 6% btw.

Lees verder
Archief 18 november 2016

Gedeeltelijke btw-aftrek business seats voetbalstadion

Een ondernemer heeft deels recht op aftrek van de btw op business seats in een voetbalstadion, omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat als de ondernemer aan zijn zakenrelaties btw in rekening zou hebben gebracht ter zake van de zitplaatsen, deze btw bij hen (deels) niet voor aftrek in aanmerking zou komen.

Lees verder
Archief 18 november 2016

Gemeente Borsele geen recht op btw-aftrek of -compensatie voor leerlingenvervoer

De Hoge Raad heeft in de zaak Gemeente Borsele geoordeeld dat de gemeente voor het verzorgen van leerlingenvervoer geen recht heeft op btw-aftrek en ook geen recht heeft op btw-compensatie.

Lees verder
Archief 17 november 2016

Geen recht op nultarief vanwege wetenschap deelname aan btw-fraude

Naar het oordeel van Hof Den Haag moet de toepassing van het nultarief op intracommunautaire leveringen en de teruggaaf van zogenoemde nummerverwervings-btw geweigerd moet worden, nu vaststaat dat btw-ondernemer wist of had moeten weten van btw-fraude door zijn afnemers.

Lees verder
Archief 15 november 2016

Eindejaarstips 2016

Het jaar 2017 nadert. Dit betekent dat de btw-aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2016 weer ingediend moet worden. BTW-PLAZA wil u hierbij helpen door aan te geven welke posten u in deze btw-aangifte moet meenemen. Daarnaast geeft BTW-PLAZA u enkele eindejaarstips en zetten wij de belangrijkste btw-wijzigingen voor 2017 voor u op een rij. ONDERNEMER Meld verbreking/wijziging fiscale eenheid btw Ondernemers die zijn opgenomen in een fiscale eenheid voor de btw zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden van de fiscale eenheid. Indien een onderdeel van de fiscale eenheid niet langer economische activiteiten verricht of aan één van de andere voorwaarden (financiële, organisatorische en economische verwevenheid) niet langer wordt voldaan, adviseren wij de inspecteur hiervan op de hoogte te stellen en de fiscale eenheid te verbreken of te wijzigen. Hierdoor eindigt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uittredende ondernemer(s). ONROEREND GOED 2017: sneller btw-belaste levering bouwterrein Een ondernemer die een bouwterrein levert is hierover 21% btw verschuldigd. De verkrijging van een bouwterrein door de koper is in dat geval in beginsel vrijgesteld van overdrachtsbelasting (de zogenoemde ‘samenloopvrijstelling’). Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het Belastingplan 2017 dan wordt de definitie van het begrip bouwterrein per 1 januari 2017 als volgt verruimt: onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen. Uit het Woningstichting Maasdriel-arrest van het Hof van Justitie van de EU blijkt volgens het kabinet dat de huidige definitie van het begrip bouwterrein te beperkt is. Deze wetswijziging betekent dat niet alleen sprake van een bouwterrein in de situaties als omschreven in het huidige art. 11, lid 4 Wet OB (bewerkingen aan de grond, voorzieningen die uitsluitend dienstbaar zijn aan de grond, omgevingsvoorzieningen of omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit met het oog op bebouwing), maar ook in andere situaties waarin de onbebouwde grond bestemd is voor bebouwing met één of meer gebouwen. Met het woord ‘kennelijk’ in de definitie van het begrip bouwterrein is bedoeld dat de bestemming om het terrein te bebouwen ondersteund moet worden door objectieve gegevens, zoals een (aangevraagde) omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of de factuur van een architect voor de ontwerp van het te bouwen gebouw. Heeft u in 2016 onroerend gehuurd waarvoor geopteerd is dan moet u nagaan of u in 2016 voldaan hebt aan het 90%/70%-criterium. Indien dit niet het geval is, dient u dit binnen vier weken na afloop van uw boekjaar in een door u ondertekende verklaring te melden aan de verhuurder én de inspecteur. VRIJSTELLING 2017: verruiming en beperking btw-vrijstelling watersport Met ingang van 2017 wijzigt de btw-vrijstelling voor diensten door niet-commerciële (water)sportverenigingen aan hun leden. Reden hiervoor is de inbreukprocedure die Nederland heeft verloren. Vanaf 2017 worden niet-commerciële watersportverenigingen die één of meer werknemers in dienst hebben niet langer uitgezonderd van de btw-vrijstelling. Daarnaast vervalt met ingang van 1 januari 2017 de btw-vrijstelling voor het ter beschikking stellen van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt zijn voor sportbeoefening. De btw-vrijstelling voor de verhuur van lig- en bergplaatsen is vanaf 2017 dus beperkt tot sportvaartuigen. Voor het onderscheid tussen sportvaartuigen en recreatievaartuigen zijn de objectieve kenmerken van het vaartuig (en niet het gebruik van het vaartuig) beslissend. Niet-commerciële watersportverenigingen moeten dus vanaf 2017 beoordelen of sprake is van de verhuur van een lig- en bergplaats voor een vaartuig die op basis van de objectieve kenmerken geschikt en noodzakelijk is voor de sportbeoefening (roeiboot, powerboot etc). Alleen die verhuur is btw-vrijgesteld. De overige verhuur van lig- en bergplaatsen is belast met 21% btw. Dat btw verschuldigd is, is overigens niet alleen nadelig. De watersportvereniging krijgt voor de kosten die geheel (directe kosten) of deels (algemene kosten) aan deze btw-belaste activiteiten toerekenbaar zijn in 2017 recht op (gedeeltelijke) btw-aftrek en – indien de herzieningstermijn van de investeringsgoederen van de watersportvereniging nog niet verstreken is – recht op een teruggaaf van herzienings-btw in 2017. AFTREK VOORBELASTING Herziening btw-aftrek algemene kosten Een ondernemer die door hem aangekochte goederen en/of diensten gebruikt voor zowel btw-vrijgestelde als btw-belaste activiteiten, kan in principe slechts een deel van de btw aftrekken. Bij ingebruikneming van de goederen en/of diensten moet de in aftrek gebrachte btw herzien worden aan de hand van de gegevens van het tijdvak van ingebruikneming (omzetverhouding of werkelijk gebruik). Aan het eind van het boekjaar moet de aftrek van btw nogmaals (volledig) herzien worden aan de hand van de gegevens die gelden voor het gehele boekjaar. Te weinig in aftrek gebrachte btw kan in post 5b van de laatste btw-aangifte van het jaar alsnog geclaimd worden. Te veel afgetrokken btw moet in post 5b van deze btw-aangifte als negatief bedrag opgenomen en terugbetaald worden. Herziening btw-aftrek investeringsgoederen De aftrek van btw op aangeschafte goederen en diensten is in beginsel definitief na de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming. Voor investeringsgoederen gaat na afloop van het boekjaar van ingebruikneming een herzieningstermijn van negen (onroerende goederen) of vier (roerende investeringsgoederen) jaren lopen. Met roerende investeringsgoederen wordt in dit kader bedoeld: roerende goederen waarop voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting wordt of zou kunnen worden afgeschreven. Bij herziening wordt getoetst of de mate van aftrek aan het einde van het jaar van ingebruikneming overeenstemt met het gebruik in de vier respectievelijk negen jaren daarna. Anders dan bij de herziening die aan het einde van het boekjaar van ingebruikneming wordt verricht, wordt bij afwijking in latere jaren echter niet het hele bedrag van de eerder afgetrokken btw gecorrigeerd, maar slechts dat deel wat toerekenbaar is aan het betreffende jaar (1/10e deel bij onroerende goederen, 1/5e bij roerende investeringsgoederen). Wijzigt het gebruik van een onroerend goed in jaar 5 dus van volledig belast naar volledig vrijgesteld, dan betekent dit dat vanaf jaar 5 steeds jaarlijks 1/10e deel van de vroeger afgetrokken btw gecorrigeerd moet worden. Te weinig in aftrek gebrachte btw kan in post 5b van de laatste btw-aangifte van het boekjaar alsnog geclaimd worden. Te veel afgetrokken btw moet in post 5b van deze btw-aangifte als negatief bedrag worden opgenomen en terugbetaald worden. Herziening blijft achterwege indien het bedrag dat op basis van de herzieningsregels voor aftrek in aanmerking komt niet meer dan 10% verschilt met het bedrag dat in aftrek is gebracht. Deze 10%-regel geldt zowel bij een terug te vragen bedrag als een te betalen bedrag. Btw-heffing privégebruik zakelijke auto Bij privégebruik (incl. woon-werkverkeer) van een auto van de zaak door de ondernemer, maten/firmanten of personeel in 2016 moet in de laatste aangifte van het kalenderjaar/boekjaar 21% btw betaald worden over de uitgaven voor dit privégebruik. Indien geen kilometeradministratie is bijgehouden dan is 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm) verschuldigd. Hierop bestaat een uitzondering als na het jaar waarin de auto door de ondernemer in gebruik is genomen vier jaren zijn verstreken, de auto zonder btw is aangeschaft, als er een (sluitende) kilometeradministratie is bijgehouden, als er uitsluitend woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden of als er een eigen bijdrage voor het privégebruik wordt betaald. Dit verschuldigde bedrag moet worden opgenomen in rubriek 1d van de btw-aangifte. De heffing over het privégebruik vindt tijdsevenredig plaats. Een (aftrekgerechtigde) ondernemer die een auto met btw aanschaft en op 1 juli 2016 in gebruik neemt kan derhalve volstaan met een btw-correctie voor het privégebruik van 6/12 x 2,7% x catalogusprijs (incl. btw en bpm). Btw-correctie zakelijk gebruik privéauto Een (eenmans)ondernemer die zijn privéauto zakelijk gebruikt, heeft recht op aftrek van de btw op de kosten voor gebruik en onderhoud indien en voor zover hij btw-belaste prestaties verricht. Indien geen kilometeradministratie voorhanden is waaruit blijkt in welke mate de auto voor privédoeleinden is gebruikt, is goedgekeurd dat de btw-aftrek wordt beperkt naar rato van het verwachte privégebruik. Als het verwachte gebruik niet bekend is, moet worden uitgegaan van een zo nauwkeurig mogelijke schatting aan de hand van objectief vast te stellen feiten en omstandigheden, waaronder bijv. ervaringsgegevens. De (eenmans)ondernemer mag echter ook de btw in aftrek brengen alsof de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt en in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte over 2016 een btw-correctie aangeven van 1,5 % van de catalogusprijs (incl. btw en bpm). Dit is echter uitsluitend toegestaan als uit de administratie niet blijkt in welke mate de auto in 2016 voor privédoeleinden is gebruikt. Btw-heffing privégebruik investeringsgoederen Indien een ondernemer een goed dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt volledig tot zijn btw-ondernemingsvermogen heeft gerekend (en de btw dientengevolge volledig in aftrek is gebracht), dient in de laatste aangifte over 2016 een heffing over het privégebruik aangegeven te worden. De heffing over het privégebruik moet worden opgenomen in rubriek 1d van de btw-aangifte. De maatstaf van heffing voor het privégebruik wordt gevormd door de voor de dienst gemaakte uitgaven. De btw-heffing over het privégebruik vindt tijdsevenredig plaats. Dit betekent dat als een gemengd gebruikt goed op 1 juli 2016 in gebruik is genomen voor zakelijke en privédoeleinden slechts 6/12 van de ‘normale’ heffing over het privégebruik verschuldigd is. Er bestaat een onderscheid tussen kosten voor de verwerving of vervaardiging van het goed en de kosten voor het onderhoud, verbetering en dergelijke van het goed. Voor de forfaitaire btw-heffing ter zake van het privégebruik van de auto zie btw-heffing privégebruik zakelijke auto. Voor onroerende goederen die vanaf 2011 volledig tot het btw-ondernemingsvermogen zijn gerekend, heeft btw-aftrek plaatsgevonden naar rato van het (verwachte) zakelijk gebruik (voor btw-belaste activiteiten). Wijzigingen in het zakelijke en privégebruik op of na het moment van ingebruikneming worden gecorrigeerd op overeenkomstige wijze als bij wijzigingen in het belaste en vrijgestelde gebruik (herziening). Voor de herzieningsregels zie herziening btw-aftrek investeringsgoederen. Verwervings- of vervaardigingskosten De kosten die toerekenbaar zijn aan het privégebruik van het verworven of vervaardigde investeringsgoed, moeten worden bepaald op basis van het werkelijk privégebruik. De kosten worden uitgesmeerd over vijf (roerend investeringsgoed) of tien jaren (onroerend goed) waarbij het jaar van ingebruikneming telt als het eerste jaar. Het is aan de ondernemer om een methode te hanteren die het werkelijk privégebruik aannemelijk maakt. Dit kan zijn op basis van oppervlakten (m²) of op basis van tijdsaanduidingen (dagen). De ondernemer is gehouden te kiezen voor de methode die het meest aansluit bij het werkelijk privégebruik. Bij investeringsgoederen waarbij gemengd gebruik gelijktijdig plaatsvindt, bijvoorbeeld in een woon/bedrijfspand, kan het privégebruik meestal het beste aannemelijk gemaakt worden op basis van oppervlakten. Een tijdsevenredige berekening is daarentegen een goede methode voor een vakantiewoning die voor zakelijke of privédoeleinden gebruikt wordt. Onderhouds- en verbeteringskosten e.d. Ook de kosten die toerekenbaar zijn aan het privégebruik van de kosten voor het onderhoud, de verbetering en dergelijke moet worden toegerekend op basis van het werkelijk privégebruik. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor de berekening bij het verwerven en vervaardigen van het goed. Het privégebruik van de kosten voor onderhoud, verbetering, e.d. wordt volledig belast in het jaar van gebruik. Btw-heffing over privégebruik diensten De heffing over het privégebruik van diensten is volgens de staatssecretaris aan de orde bij het privégebruik van extern (met btw) ingekochte diensten zonder vergoeding en het privégebruik van intern door de ondernemer zelf verrichte diensten. Een voorbeeld van laatstgenoemde diensten is de ondernemer met een schoonmaakbedrijf die zijn personeel zijn privéwoning en/of woningen van zijn personeel laat schoonmaken. De btw is verschuldigd over de aan het privégebruik toerekenbare kosten. Dit verschuldigde bedrag moet worden opgenomen in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte over 2016. Kantineverstrekkingen aan personeel Het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel leidt tot een btw-aftrekcorrectie indien de kosten van de personeelsvoorzieningen (inclusief het verstrekken van spijzen en dranken) per personeelslid meer bedragen dan € 227. Indien de kosten van de personeelsverstrekkingen exclusief het verstrekken van spijzen en dranken minder bedragen dan € 227 bedragen, wordt uitsluitend de aftrek ten aanzien van de kantineverstrekkingen gecorrigeerd. Het totaal van de kosten van het verstrekken van spijzen en dranken wordt berekend aan de hand van de volgende formule: Kostprijs spijzen/dranken (ex. btw) € …. Opslag 25% € ….+ Theoretische omzet € …. Werkelijke omzet (incl. btw) € ….- Verschil € …. Aantal personeelsleden …./ Bevoordeling per personeelslid € …. Het verschil tussen de theoretische omzet en de werkelijke omzet (de vergoedingen die aan het personeel in rekening zijn gebracht), is het bedrag dat uitgegeven is voor het personeel ten behoeve van het verstrekken van spijzen en dranken. Dit bedrag wordt gedeeld door het aantal personeelsleden zodat de verstrekking per personeelslid bekend is. Dit bedrag wordt opgeteld bij de eventuele overige personeelsverstrekkingen en vervolgens getoetst aan de grens van € 227. Blijft het totaal van de personeelsverstrekkingen (inclusief het verstrekken van spijzen en dranken) vervolgens onder deze grens, dan blijft een aftrekcorrectie achterwege. Wanneer de bevoordeling per personeelslid de € 227-grens overschrijdt, moet de aftrek gecorrigeerd worden met 6% btw maal het verschil. Volgens Hof Amsterdam geldt deze aftrekcorrectie ook voor het om zakelijke redenen verstrekken van spijzen en dranken door de werkgever aan zijn personeel tijdens (verplichte) vaktechnische overleggen en bijeenkomsten. Deze uitspraak zal met name voor (belasting)advies-, accountants-, notaris en advocatenkantoren relevant zijn. TERUGGAAF BTW 2017: wijziging regels btw-teruggaaf oninbare debiteuren Met ingang van 2017 gaat de regeling voor de btw-teruggaaf voor oninbare debiteuren op de schop. Kern van de nieuwe regeling is dat een ‘non-betalingsvermoeden’ wordt geïntroduceerd. Dit vermoeden houdt in dat na het verstrijken van één jaar na de opeisbaarheid van de vordering vermoed wordt dat de vordering niet meer zal worden betaald. In dat geval mag de ondernemer in zijn btw-aangifte de btw ter zake van deze vordering terugvragen. Omdat voor deze btw-teruggaafverzoeken geen afzonderlijke aangifterubriek bestaat zal deze btw-teruggaaf als negatieve omzet in de btw-aangifte moeten worden verwerkt. Betaalt de afnemer alsnog dan wordt hij de teruggekregen btw (naar evenredigheid van de betaling) in dat ‘betalingstijdvak’ weer verschuldigd. Vorderingen die in 2016 opeisbaar zijn geworden worden geacht op 1 januari 2018 niet meer te worden betaald! De eenjaarstermijn geldt vanaf 1 januari 2017 ook voor de afnemer (voor 2016 geldt een tweejaarstermijn). Dit betekent dat de afnemer die een jaar na de opeisbaarheid van de vordering nog niet heeft betaald de in aftrek gebrachte btw weer verschuldigd is. Betaalt hij daarna alsnog dan mag hij deze btw (naar evenredigheid van de betaling) in het ‘betalingstijdvak’ weer in aftrek brengen. Vorderingen die in 2015 opeisbaar zijn geworden en waarvan de oninbaarheid in 2016 nog niet vaststaat worden geacht op 1 januari 2017 niet meer te worden betaald! Ook voor vorderingen die in 2016 opeisbaar zijn geworden geldt de eenjaarstermijn. Voor een vordering die op 30 januari 2016 opeisbaar is geworden verstrijkt de eenjaarstermijn daarom op 30 januari 2017. Indien u oude facturen nog moet betalen, is het daarom van belang om tijdig in kaart te brengen of het non-betalingsvermoeden voor openstaande facturen leidt tot een verplichte correctie van de btw-aftrek in (de aangifte over het eerste tijdvak van) 2017. Als de oninbare vordering wordt overgedragen aan een andere ondernemer (bijv. een factoormaatschappij) dan treedt deze ondernemer in de rechten en verplichtingen van de leverancier of dienstverlener. Echter, voor hem geldt dat hij het recht op teruggaaf van de btw op de oninbare vorderingen niet kan effectueren in zijn btw-aangifte, maar dat hij de inspecteur om de btw-teruggaaf schriftelijk dient te verzoeken. Btw oninbare debiteuren Voor 2016 gelden nog de ‘oude’ regels voor het terugvragen van btw op oninbare vorderingen Het verdient aanbeveling om na te gaan of er in 2016 nog btw teruggevraagd kan worden op vorderingen op oninbare debiteuren die niet betaald hebben en dat ook niet meer zullen doen (bijv. door faillissement). In die situatie kan de reeds afgedragen btw middels een afzonderlijk verzoek teruggevraagd worden bij de inspecteur. Wij kunnen u bij het indienen van het een dergelijk verzoek van dienst zijn. De Belastingdienst controleert de jaarrekeningen actief op openstaande btw-schulden. Indien in de jaarrekening een openstaande btw-schuld staat en de ondernemer geen suppletieaangifte indient dan neemt hij hiermee een risico op een forse vergrijpboete! Het indienen van een suppletieaangifte kan leiden tot een verzuimboete wanneer de suppletieaangifte bedoeld is voor het herstel van eerder te laag berekende en op aangifte voldane btw. Wanneer de suppletieaangifte vrijwillig wordt ingediend legt de inspecteur geen vergrijpboete op. De inspecteur legt ook geen verzuimboete op indien de verschuldigde btw € 20.000 is of minder of minder is dan 10% van het eerder in het tijdvak waarop de suppletieaangiften betrekking heeft, betaalde bedrag. In andere gevallen bedraagt de verzuimboete 5% van het verschuldigde bedrag met een maximumbedrag van € 5.278. Er mag geen verzuimboete worden opgelegd als er sprake is van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt. Een correctie van de laatst ingediende btw-aangifte (derde kwartaal of november 2016) tot een bedrag van € 1.000 mag in de laatste btw-aangifte over 2016 worden verwerkt. ADMINISTRATIE Oude administratie Boeken, bescheiden en andere gegevensdragers moeten normaal gesproken zeven jaar bewaard worden. De wettelijke bewaarplicht geldt voor het grootboek, de facturen van debiteuren en crediteuren, voorraadgegevens, in- en verkoopadministratie, etc. Voor gegevensdragers met betrekking tot onroerende goederen geldt een bewaarplicht van negen jaren na het jaar van ingebruikneming. Het maakt voor de bewaarplicht niet uit of het papieren of elektronische gegevensdragers zijn. De oude administratie waarvoor de bewaartermijn verstreken is kunt u daarom vernietigen, tenzij over deze jaren nog een bezwaar- of beroepsprocedure inzake de btw aanhangig is.

Lees verder
Archief 14 november 2016

Exploitatie renstal niet belast tegen verlaagde btw-tarief

Het met paarden deelnemen aan een wedren om hiermee een prijs te behalen is volgens het HvJ geen economische activiteit. De exploitatie van een renstal voor paarden is naar de mening van het HvJ niet belast tegen het verlaagde tarief.

Lees verder
Archief 11 november 2016

Integratieheffings-btw verschuldigd over restwaarde erfpachtrecht

De Hoge Raad heeft in de zaak Het Oudeland Beheer B.V. – conform het arrest van het HvJ – beslist dat de ‘restwaarde’ van het erfpachtrecht tot de maatstaf van de integratieheffing behoort.

Lees verder
Archief 11 november 2016

Levering zonnebrand met UV-filter en fluoridehoudende tandpasta belast met 6% btw

De levering van zonnebrandmiddelen met UV-filter en fluoridehoudende tandpasta’s is volgens de Hoge Raad belast met 6% btw, omdat sprake is van een geneesmiddel.

Lees verder
Archief 4 november 2016

Gemeente btw-ondernemer voor gelegenheid geven tot straatparkeren

Gemeenten zijn vanaf 2015 in de btw-heffing betrokken voor zowel het gelegenheid geven tot slagboomparkeren als de exploitatie van gemeentelijke parkeergarages en -terreinen met uitsluitend (camera)registratie bij het in- of uitrijden. Naar het oordeel van Rechtbank Gelderland geldt de btw-plicht ook voor straatparkeren, gelet op de concurrentieverstoring met commerciële ondernemers.

Lees verder
Archief 28 oktober 2016

Bij btw-fraude geen beroep op vertrouwensbeginsel

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat als vaststaat dat de afnemer wist of had moeten weten van btw-fraude door de dienstverleners hij voor de aftrek van ten onrechte in rekening gebrachte btw geen beroep kan doen op het unierechtelijke of nationale vertrouwensbeginsel.

Lees verder
Archief 27 oktober 2016

Wiebes: dialyseconcentraat kan kwalificeren als met 6% btw belast geneesmiddel

In een recente brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën de stand van zaken van de actualisering van de toelichting op Tabel I met betrekking tot het btw-tarief voor medische hulpmiddelen gemeld.

Lees verder
Archief 26 oktober 2016

Levering hennepzaad belast met 21% btw

Aangezien hennepzaad gebruikt kan worden voor de teelt van marihuana en hasj, is de levering van het zaad uitgezonderd van het verlaagde btw-tarief, aldus de Belastingdienst in een bericht op haar website.

Lees verder
Archief 24 oktober 2016

HOVO-onderwijs vanaf 1 september 2016 btw-belast

De Belastingdienst heeft beslist dat het HOVO-onderwijs per 1 september 2016 belast is met btw. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft schriftelijk toelichting gegeven op dit standpunt.

Lees verder

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een consult met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw nationale en internationale btw-processen.