Kennisbank
Kennisbank
Verdiepende artikelen over btw, compliance en fiscale risico's, nieuwsberichten en actuele ontwikkelingen. Geschreven door onze specialisten, voor professionals die voorop willen lopen.
Kennisbank
Btw-verlegging bouwwerkzaamheden geldt ook voor opleveringen
Omdat in de lidstaat Duitsland aanzienlijke btw-inkomsten wegvloeiden door fraude in de bouwsector, is Duitsland in de beschikking 2004/290 gemachtigd tot het toepassen van een verleggingsregeling voor bouwwerkzaamheden.
Lees verderOmzet verkoop voormalige huurwoningen in pro rata woningcorporatie
Een ondernemer, zoals een woningcorporatie, die zowel btw-belaste als vrijgestelde prestaties verricht dient de btw op de algemene kosten te bepalen te splitsen op basis van de omzetverhouding (het pro rata). Om “vervuiling” van het pro rata te voorkomen telt de omzet ter zake van ter zake van het afstoten van bedrijfsmiddelen of daarbij bijkomstige handelingen niet mee in de teller en/of noemer van de pro rata-breuk.
Lees verderBtw-correctie van 12% x IB-bijtelling in strijd met Europees recht, maar…
Tot 1 juli 2011 hadden eenmansondernemers in beginsel recht op volledige aftrek van de btw op de autokosten en dienden zij in de laatste aangifte een btw-correctie aan te geven van 12 % x IB-bijtelling. In de zaak Van Laarhoven gaat het om de vraag of deze btw-correctie in overeenstemming is met het Europese recht. Omdat de Hoge Raad hierover twijfelde heeft hij prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU. Het HvJ EU heeft geoordeeld dat de volledige btw-aftrek voor de autokosten gevolgd door btw-correctie van 12% x IB-bijtelling in overeenstemming is met het Europese recht, tenzij deze forfaitaire btw-correctie niet evenredig is aan de omvang van het privégebruik van de auto. Of de btw-correctie van 12% x IB-bijtelling niet evenredig was, moest de Hoge Raad beoordelen.
Lees verderBijdragen hogescholen vergoeding voor verhuur studentenhuisvesting?
Een stichting heeft met een drietal hogescholen een samenwerkingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de huisvesting van buitenlandse studenten. Uit hoofde van deze overeenkomst heeft de stichting aan de hogescholen bijdragen voor exploitatietekort en leegstand in rekening gebracht. De kamers worden door de stichting tegen vergoeding verhuurd aan buitenlandse studenten. In geschil is of, en zo ja, op welke wijze deze bijdragen in de btw-heffing moeten worden betrokken. Rechtbank Leeuwarden was van oordeel dat de stichting ter zake van deze bedragen 19% btw verschuldigd was, terwijl Hof Leeuwarden in hoger beroep oordeelde dat er sprake is van één dienst tegen vergoeding, namelijk: de verhuur van studentenkamers, waarop (hetgeen in deze zaak niet in geschil is) het 6%-tarief van toepassing is. Tegen de uitspraak van het hof is cassatieberoep ingesteld.
Lees verderOntvangen bedrag voor opwaarderingskaart vergoeding voor btw
Een B.V. biedt telecommunicatiediensten aan via een prepaid systeem. De B.V. heeft geen eigen netwerk, maar maakt gebruik van het netwerk van een telecomprovider. Als de B.V. een overeenkomst met een klant is aangegaan verstrekt zij een SIM-kaart met een uniek 06-nummer. De B.V. verkoopt beltegoed via multifunctionele telefoonkaarten. Met deze opwaardeerkaarten kan de klant bellen, sms’en en gebruikmaken van andere diensten, zoals informatiediensten en het downloaden van ringtones. De klant kan deze opwaardeerkaarten online bestellen, maar kan deze ook via de detailhandel kopen. De opwaardeerkaarten hebben een nominale waarde van € 10 of € 20. Bij verkoop via de detailhandel verkoopt de B.V. de kaarten tegen de nominale waarde minus de afgesproken korting (ca. 10%). De detaillist verkoopt de kaarten tegen de nominale waarde aan de klant. Ter zake van beide verkopen wordt geen btw in rekening gebracht. In geschil is of dit juist is, en zo nee, over welk bedrag de B.V. btw verschuldigd is.
Lees verderOpleidingsinstituut kappers en kapsalons fiscale eenheid voor btw
In Nederland gevestigde btw-ondernemers die organisatorisch, economisch en financieel met elkaar verweven zijn vormen voor de btw een fiscale eenheid. Of sprake is van een dergelijke verwevenheid is lang niet altijd gemakkelijk te bepalen, zo laat een uitspraak van Rechtbank Den Haag zien.
Lees verderPrestaties over en weer bij ontwikkeling medicijn tegen antrax?
Een B.V. houdt zich bezig met de ontwikkeling van een medicijn tegen antrax. In dit verband heeft zij een overeenkomst met de Staat der Nederlandsen (hierna: de Staat) afgesloten, voor wie met het oog op mogelijk bio-terrorisme belangrijk is dat een dergelijk medicijn beschikbaar komt. Op grond van deze overeenkomst draagt de Staat bij in de kosten van ontwikkeling van het medicijn, al naar gelang bepaalde fasen in het ontwikkelingsproces zijn afgerond. De Staat verkrijgt -bij registratie van het medicijn- het recht om het medicijn met voorrang boven anderen en tegen een gereduceerde prijs te kopen (preferred buyer). In de overeenkomst is tevens bepaald dat de B.V. op verzoek van de Staat een zekere voorraad van het medicijn ten behoeve van de Staat zal aanhouden. In de overeenkomst is voorzien in een pay back van de door de Staat verstrekte bijdrage(n). Wanneer de B.V. het medicijn aan derden verkoopt, dient zij 2% van de verkoopopbrengst te betalen tot een maximum van de bijdrage(n) van de Staat in de ontwikkelingskosten.
Lees verderBleken van tanden en plaatsen van facings niet vrijgesteld van btw
De gezondheidskundige verzorging van de mens door tandartsen en andere BIG-beroepsbeoefenaren is vrijgesteld van btw-heffing. Een cosmetische ingreep die niet primair plaatsvindt met een therapeutisch doel is geen gezondheidskundige verzorging van de mens en is daarom belast met btw. Naar het oordeel van Hof Amsterdam is het bleken van tanden en het plaatsen van facings (incl. de intakegesprekken) vanuit het oogpunt van de modale consument (patiënt) één handeling met een cosmetisch doel: mooie, witte (en egale) tanden. Omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de voornaamste reden van deze ingrepen was gelegen in de bescherming (incl. de instandhouding of herstel) van de gezondheid van de mens, is het hof van oordeel dat ter zake van deze handelingen 19% (thans 21%) btw verschuldigd is.
Lees verderHerziening btw-aftrek bij leegstand indien voornemen btw-belaste verhuur
Tot 2007 bestond er -kort gezegd- recht op btw-aftrek, tenzij sprake was van gebruik voor vrijgestelde prestaties. Sinds 2007 bestaat -kort gezegd- geen recht op btw-aftrek, tenzij sprake is van gebruik voor btw-belaste prestaties. In dit kader rijst de vraag hoe omgegaan moet worden met leegstand. Leegstand is immers noch vrijgesteld noch btw-belast gebruik, maar de afwezigheid van gebruik.
Lees verderMakelaarsdienst bij verkoop aandelen onroerend goed-B.V. vrijgesteld van btw-heffing
De bemiddeling bij de verkoop van aandelen in een onroerend goed-B.V. door een makelaar is volgens het DTZ Zadelhoff vof-arrest van het HvJ EU vrijgesteld van btw-heffing. De makelaar had, zonder vooraf te weten of de eigendom van het onroerend goed dan wel de aandelen in de onroerend goed-B.V. zouden worden overgedragen, de opdracht gekregen gegadigden te zoeken voor het onroerend goed. De activiteiten van de makelaar hebben uiteindelijk geleid tot een overdracht van de aandelen in de onroerend goed-B.V. Deze overdracht kwalificeert als een handeling inzake aandelen die is vrijgesteld van btw-heffing. Omdat de activiteiten van de makelaar gericht waren op het sluiten van een contract tussen de verkoper en de gegadigde, zonder dat hij zelf belang had bij de inhoud van dit contract, is sprake van bemiddeling bij een handeling inzake aandelen. Deze bemiddelingsactiviteit is eveneens vrijgesteld van btw-heffing. De Hoge Raad heeft inmiddels met inachtneming van het DTZ Zadelhoff vof-arrest van het HvJ EU beslist dat bemiddeling bij de verkoop van aandelen in een onroerend goed-B.V. door een makelaar vrijgesteld is van btw-heffing (zie 8.3.1).
Lees verderTerbeschikkingstelling theaterzaal belast met btw
In april 2002 heeft de gemeente Hellevoetsluis een integratieheffing voldaan in het tijdvak van ingebruikneming van een theater. Van deze integratieheffing is in het tijdvak van ingebruikneming 48% in aftrek gebracht. De inspecteur is van mening dat op basis van de gegevens van het gehele boekjaar van ingebruikneming slechts 45% van deze btw aftrekbaar is en heeft daarom een herzieningscorrectie van 3% nageheven.
Lees verderBtw-afdracht in eerdere schakels verkoopproces beïnvloedt recht op btw-aftrek niet
De Bulgaarse ondernemer Bonik EOOD (hierna: Bonik) is een eenmansvennootschap die handelt in landbouwproducten. Bonik heeft goederen geleverd aan een ondernemer in Roemenië, waarop zij het nultarief voor intracommunautaire leveringen heeft toegepast en ter zake waarvan zij voorbelasting in aftrek heeft gebracht. In 2009 is een belastingcontrole bij Bonik verricht, waarbij de inspecteur tot de conclusie is gekomen dat er geen intracommunautaire leveringen plaats hebben gevonden, omdat er geen bewijs van de leveringen voorhanden was en Bonik wellicht niet over de noodzakelijke hoeveelheid goederen beschikte om de leveringen te verrichten. Bovendien heeft de inspecteur onderzoek gedaan naar de leveringen van goederen van leveranciers aan Bonik en geconcludeerd dat deze leveringen – ondanks het feit dat Bonik beschikte over aankoopfacturen – niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, omdat de leveranciers niet over de noodzakelijke hoeveelheid goederen beschikten om de leveringen te verrichten en er onregelmatigheden in de facturering aanwezig waren. De inspecteur heeft Bonik vervolgens het recht op aftrek van de door de leveranciers aan Bonik in rekening gebrachte voorbelasting geweigerd in verband met het ontbreken van daadwerkelijke leveringen. Bonik is tegen deze weigering in het verweer gekomen.
Lees verderNoorse stichting met vi in Nederland te laat met btw-teruggaafverzoek
De Noorse overheid heeft eind 2003 een stichting opgericht naar Noors recht. De doelstelling van de stichting is het onder de aandacht brengen van Noorwegen als vestigingsland voor ondernemers en als vakantieland voor toeristen, het wekken van belangstelling voor Noorse producten en het ondersteunen van bedrijven uit Noorwegen die zich internationaal willen positioneren. Zij organiseert roadshows en neemt deel aan beurzen. Voorts worden reclamecampagnes opgezet. De statutaire zetel en het hoofdkantoor van de stichting is gevestigd in Noorwegen. De stichting heeft ook een vestiging in Nederland (een ruimte in de Noorse ambassade). De stichting brengt in 2007 bedragen in rekening aan in Nederland gevestigde ondernemers en in Noorwegen gevestigde ondernemers. Voorts ontvangt zij subsidie van de Noorse overheid. In juni 2008 is namens de stichting een verzoek om teruggaaf van € 263.311,38 btw ingediend over 2007. Hierbij is ervan uitgegaan dat de Noorse stichting een niet in Nederland gevestigde btw-ondernemer zonder vaste inrichting is in Nederland. De inspecteur wijst dit teruggaafverzoek af. Ook Rechtbank Breda oordeelt dat geen recht bestaat op teruggaaf.
Lees verderBtw-correctie van 12% x IB-bijtelling in strijd met Europese recht
In de zaak Van Laarhoven heeft het HvJ EU geoordeeld dat de volledige btw-aftrek voor de autokosten gevolgd door btw-correctie van 12% x IB-bijtelling in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht (thans unierecht), tenzij deze forfaitaire btw-correctie niet evenredig is aan de omvang van het privégebruik van de auto.
Lees verderGeen correctie btw-aftrek bij sloop gebouwen met oog op nieuwbouw
In de prejudiciële zaak SC Gran Via Moine?ti SRL gaat het om de Roemeense onderneming SC Gran Via Moine?ti SRL (hierna: GVM) die in 2007 een stuk grond met gebouwen incl. een sloopvergunning aankoopt. Op basis van deze sloopvergunning heeft GVM sloopwerkzaamheden verricht. In 2008 is een vergunning afgegeven zodat op het betrokken stuk grond nieuwbouwwoningen konden worden gerealiseerd. GVM heeft de in rekening gebrachte aankoop-btw terugvraagt.
Lees verderA-G: beperking fiscale eenheid btw tot bepaalde sectoren mag niet
In Zweden staat de mogelijkheid van een fiscale eenheid voor de btw slechts open voor de financiële en verzekeringssector. Naar de mening van de Europese Commissie is een beperking van de fiscale eenheid tot bepaalde sectoren niet toegestaan. Omdat Zweden heeft geweigerd de btw-wetgeving op dit punt aan te passen, heeft de Europese Commissie een inbreukprocdure aanhangig gemaakt bij het HvJ EU.
Lees verderA-G: ook niet-ondernemer mag in fiscale eenheid btw
Op grond van art. 11 van de btw-richtlijn mogen EU-lidstaten personen die juridisch gezien zelfstandig zijn, maar financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn tezamen als één btw-ondernemer beschouwen.
Lees verderHoge Raad legt begrip verhuur onroerend goed nader uit
De verhuur van onroerend goed is in beginsel vrijgesteld van btw-heffing. Hierop bestaan een aantal uitzonderingen, zoals de optie voor btw-belaste verhuur en de verhuur van hotel- en vakantieaccommodatie. Of er sprake is van verhuur van onroerend goed, wordt niet bepaald door het Burgerlijk Wetboek, maar door de btw-richtlijn en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie van de EU (hierna: HvJ EU). Volgens het HvJ EU bestaat de verhuur van onroerend goed in wezen daarin dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en tegen vergoeding het recht verleent een onroerend goed te gebruiken als ware hij eigenaar ervan en ieder ander van dat genot uit te sluiten. Daarbij neemt het HvJ EU als uitgangspunt dat de verhuur van onroerend goed een betrekkelijke passieve activiteit is, die slechts verband houdt met het tijdsverloop en geen toegevoegde waarde van betekenis oplevert. Verhuur van onroerend goed moet daarom worden onderscheiden van andere activiteiten met een zakelijk-industrieel en commercieel karakter, zoals het recht om een golfterrein te gebruiken, de verhuur van hotelaccommodatie, het recht om een tolburg te gebruiken tegen betaling van tolgeld etc. Indien de verhuurder niet alleen op passieve wijze onroerend goed ter beschikking stelt, maar ook andere prestaties verricht moet beoordeeld worden of sprake is van (in beginsel) vrijgestelde verhuur van onroerend goed of -kort gezegd- btw-belaste verhuur plus.
Lees verderBtw-verleggingsregeling confectiesector verdwijnt
De btw-verlegging bij onderaanneming geldt ook bij de vervaardiging en elk daarop gerichte handeling van kleding, met uitzondering van schoeisel. Dit betekent dat het confectieatelier dat kleding vervaardigt in opdracht van de hoofdaannemer, d.w.z.: degene die zich buiten dienstbetrekking jegens een derde heeft verbonden tot de vervaardiging van kleding, met “btw verlegd” moet factureren aan de hoofdaannemer. De hoofdaannemer zal deze (verlegde) btw op aangifte moeten voldoen en zal deze btw normaliter volledig (in dezelfde btw-aangifte) in aftrek kunnen brengen.
Lees verderGeen btw-restitutie auto’s via exportproviders
Autohandelaren die de export van auto’s uitbesteden mogen volgens de Belastingdienst geen btw meer in rekening brengen aan de exportproviders. Auto’s die handelaren via providers willen exporteren worden vaak op naam gezet van de exportprovider. De exportprovider betaalt de bpm- en btw aan de autohandelaar en de exportprovider ontvangt deze na export weer van de Belastingdienst. Dat handelaren via exportproviders werken, juicht de Belastingdienst toe. Maar dat de providers van de autohandelaren een btw-factuur ontvangen alsof de auto aan hen geleverd zou zijn, acht de Belastingdienst een onrechtmatige handelswijze. De exportprovider heeft de auto weliswaar op zijn naam staan, maar beschikt niet over deze te exporteren auto als ware hij eigenaar. Dit betekent dat autohandelaren die auto’s via een provider exporteren geen factuur met btw mogen uitreiken aan de exportproviders. Het voorfinancieren van de bpm is wel toegestaan.
Lees verderNederlandse integratieheffing deels in strijd met unierecht
Een vrijgesteld presterende btw-ondernemer, zoals een ziekenhuis of onderwijsinstelling, die op eigen grond een pand laat bouwen is over de totale voortbrengingskosten (incl. de waarde van de grond) 21% btw verschuldigd. Volgens het HvJ EU is dit niet altijd het geval.
Lees verderHeffing kansspelbelasting van verhuurder kansspelautomaten niet in strijd met btw-richtlijn
Een B.V. exploiteert een speelautomatenhal met kansspelautomaten en verhuurt ook kansspelautomaten aan andere amusementshallen. Ter zake van de verhuur van kansspelautomaten wordt btw berekend. Over het tijdvak september 2010 heeft de B.V. € 679.272 als verschuldigde kansspelbelasting aangegeven, maar slechts € 14.934 op aangifte voldaan. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd van € 664.338 en een verzuimboete van € 4.920 waartegen de B.V. bezwaar heeft gemaakt. In geschil is o.a. of de heffing van kansspelbelasting in strijd is met de btw-richtlijn.
Lees verderA-G: Slechts ‘eigenaarsmacht-houder’ jacht mag btw verleggen bij invoer
Een motorjacht, dat in eigendom is van een op Guernsey gevestigde vennootschap (hierna: A), is verhuurd aan een Arubaanse vennootschap (hierna: B). Deze vennootschap verhuurt het jacht aan een Nederlandse B.V. (hierna: de B.V.), die het jacht op haar beurt verhuurt aan de enig aandeelhouder van de op Guernsey gevestigde vennootschap (hierna: C). Het jacht is op een Nederlandse werf gebouwd en in de internationale wateren (zonder btw) overgedragen aan A. In 2003 heeft de Nederlandse B.V. het jacht aangegeven bij de douane voor het vrije verkeer. Zij heeft vervolgens, met toepassing van de verleggingsregeling van art. 23 Wet OB, de ter zake verschuldigde btw op aangifte voldaan en meteen in aftrek gebracht. De inspecteur is van mening dat de B.V. ten onrechte de verleggingsregeling heeft toegepast en heeft de B.V. daarom een uitnodiging tot betaling van 19% btw over de aangegeven douanewaarde van het jacht (ruim € 4,5 miljoen) gestuurd.
Lees verderGeen nultarief voor afhaaltransacties zonder bewijs intracommunautair vervoer
Een eenmansondernemer, die ijzer en andere metalen in- en verkoopt en metalen gereedmaakt voor recyclingdoeleinden, heeft in 2004 diverse partijen koper verkocht aan een Duitse afnemer. Een deel van deze leveringen is door een transporteur naar Duitsland vervoerd, het andere deel is door de afnemer afgehaald (zogeheten afhaaltransacties). De ondernemer heeft op alle leveringen het nultarief toegepast. Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur echter geconcludeerd dat met betrekking tot een deel van de afhaaltransacties niet aangetoond is dat de goederen daadwerkelijk naar een andere EU-lidstaat (Duitsland) zijn vervoerd en de ondernemer het nultarief daarom niet had mogen toepassen. Om die reden heeft de inspecteur een naheffingsaanslag opgelegd. De ondernemer stelt daarentegen dat de goederen wel degelijk zijn vervoerd naar Duitsland en overlegt daarbij verkoopfacturen, een verklaring van een zelfstandige inkoper die werkzaam was voor de ondernemer en een brief van de Duitse belastingdienst, die de verklaring van de ondernemer ondersteunen.
Lees verderZekerheid begint met een gesprek
Plan een consult met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw nationale en internationale btw-processen.