Kennisbank
Kennisbank
Verdiepende artikelen over btw, compliance en fiscale risico's, nieuwsberichten en actuele ontwikkelingen. Geschreven door onze specialisten, voor professionals die voorop willen lopen.
Kennisbank
Nieuw besluit administratieve en facturingsverplichtingen btw
De staatssecretaris heeft een nieuw besluit gepubliceerd over de administratieve en factureringsverplichtingen in de btw. In dit besluit staat het beleid omtrent de inrichting van de administratie en het uitreiken van facturen. In het besluit is vooruitlopend op de wijziging van de factureringsregels per 1 januari 2013 beleid opgenomen ten aanzien van het elektronisch factureren, de vereenvoudigde factuur en de factuurvereisten. Tevens is in dit besluit het (gewijzigde!) beleid opgenomen met betrekking tot de herziening van ten onrechte of te veel gefactureerde btw.
Lees verderNultarief ondanks btw-fraude Spaanse kopers nieuwe auto’s
Een in Best gevestigde B.V. heeft auto’s van de premium merken (Audi, BMW, Mercedes en Porsche) ingekocht en doorverkocht aan Spaanse afnemers (rechtspersonen). Bij nieuwe klanten geeft de B.V. zelf de opdracht tot het vervoer. Bij vaste afnemers komt het wel eens voor dat de klant de auto komt ophalen. De auto’s die zijn verkocht aan Spaanse afnemers zijn steeds besteld door een in Spanje woonachtige persoon die beschikte over (vervalste?) machtigingen en identiteitsbewijzen van de bestuurders en uittreksels uit de Spaanse KvK. Alle auto’s zijn naar Spanje vervoerd, maar niet naar het bedrijfsadres dat op de factuur stond. De B.V. had met de inspecteur de afspraak gemaakt om zijn verkoopfacturen wekelijks door te sturen. Deze afspraak is hij ook nagekomen. De auto’s zijn contact betaald, hetgeen volgens de B.V. gebruikelijk is. Deze contante betalingen zijn in het kader van de Wet MOT steeds gemeld. De btw-identificatienummers van de Spaanse afnemers heeft de B.V. (maandelijks) geverifieerd en op de verkoopfacturen vermeld. Hof Den Bosch is evenals Rechtbank Breda van oordeel dat de toepassing van het nultarief op de verkopen aan de Spaanse afnemers in deze situatie niet geweigerd mag worden. Dat niet de werkelijke afnemers op de facturen staan doet hieraan niet af omdat de B.V. al hetgeen heeft gedaan hetgeen van haar redelijkerwijs kon worden verwacht.
Lees verderWerkzaamheden holding tandarts aan tandartspraktijk vrijgesteld van btw-heffing
Een tandarts heeft een holding van waaruit hij werkzaamheden verricht jegens een tandartspraktijk waarin de holding 50% van de aandelen houdt. De andere 50% van de aandelen is in handen van de holding van een andere tandarts. De tandarts is in dienst van de holding en ontvangt van de holding salaris. In de periode van 1 juni 2006 t/m 31 oktober 2008 (met uitzondering van december 2007) heeft de holding van de tandartspraktijk maandelijks een vergoeding van € 20.000 ontvangen voor de werkzaamheden van de tandarts ten behoeve van de patiënten van de tandartspraktijk. Uit deze vergoeding heeft de holding het salaris van de tandarts bekostigd. Zowel de holding als de tandartspraktijk heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten ter zake van de door de tandarts verrichte werkzaamheden. De inspecteur heeft 19% btw uit de vergoedingen nageheven omdat volgens hem sprake is van het ter beschikking stellen van personeel. Naar het oordeel van Hof Den Bosch zijn de naheffingsaanslagen ten onrechte opgelegd. Volgens het hof moet het voor de toepassing van de btw-vrijstelling niet uitmaken of de werkzaamheden door de tandarts aan de patiënten van de tandartspraktijk via de holding van de tandarts worden verricht.
Lees verderBtw-besparende structuur met schoolgebouw en sporthal geen misbruik van recht
De gemeente Albrandswaard heeft een schoolgebouw en een sporthal doen bouwen. De btw op de stichtingskosten heeft zij volledig in aftrek gebracht. Het schoolgebouw was bestemd voor gebruik door drie basisscholen. De sporthal was bestemd voor gebruikt door de drie basisscholen en sportverenigingen. Na de oplevering zijn de gebouwen overgedragen aan een stichting voor een prijs van ongeveer 15% van de stichtingskosten. De stichting heeft dit aankoopbedrag betaald met geld dat van de gemeente is geleend. Volgens Hof Den Haag heeft de inspecteur terecht de in aftrek gebrachte btw nageheven. Er is volgens het hof sprake van een levering door de gemeente aan de stichting, maar omdat sprake is van misbruik van recht heeft de gemeente geen recht op btw-aftrek. De Hoge Raad oordeelt net als het hof dat sprake is van een levering, maar vindt dat de door de gemeente verrichte rechtshandelingen niet kwalificeren als misbruik van recht. De Hoge Raad acht voor dit oordeel mede van belang dat de inspecteur niet heeft gesteld dat de overeengekomen (lage) vergoeding kunstmatig is, in die zin dat de gemeente in wezen geen of slechts een symbolische vergoeding van de stichting heeft bedongen en ontvangen. In dat geval zou de gemeente geen economische activiteit hebben verricht en ter zake van de stichtingskosten geen recht op aftrek hebben gehad.
Lees verderVolledige btw-aftrek gemeente wegens integratieheffing gehele stadskantoor
Gemeenten zijn voor hun ‘typische’ overheidsactiviteiten geen btw-ondernemer (zie 1.5). In een procedure voor de Hoge Raad gaat het om de vervaardiging (vernieuwbouw) van een stadskantoor. Dit stadskantoor zal voor 94% gebruikt worden voor ‘typische’ overheidsactiviteiten, voor 5% voor btw-belaste ondernemersactiviteiten en voor 1% voor vrijgestelde ondernemersactiviteiten. De bouwkosten bedragen ruim 1,8 miljoen euro (incl. € 287.999 btw). In geschil is of de btw op de bouwkosten volledig in aftrek gebracht mag worden vanwege een integratieheffing. Hof Den Bosch was van oordeel dat slechts 6% van het stadkantoor intern geleverd wordt waardoor slechts 6% van de btw op de vernieuwbouwkosten voor aftrek in aanmerking komt. A-G Van Hilten is echter van mening dat het gehele stadskantoor intern wordt geleverd. Dit betekent dat de btw op de bouwkosten voor het stadskantoor volledig aftrekbaar is. De inspecteur heeft naar de mening van de A-G daarom ten onrechte slechts 6% aftrek toegestaan. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging om het cassatieberoep gegrond te verklaren. Voor deze conclusie en informatie over de integratieheffing zie 2.2.
Lees verderBemiddeling verkoop participaties in (collectieve) beleggingsinstellingen vrijgesteld
Een B.V. verricht werkzaamheden aan btw-ondernemers die collectieve beleggingsfondsen exploiteren. De diensten van de B.V. bestaan erin kopers te zoeken voor participaties in de voornoemde beleggingsfondsen. Via de website kunnen de aspirant-beleggers inzicht krijgen in de resultaten van de door haar geselecteerde beleggingsfondsen en een informatief gesprek aan te vragen met de directeur van de B.V. Voorts wordt op de website een overzicht verstrekt van de antwoorden op de meeste gestelde vragen en kan men zich abonneren op de nieuwsbrief. De werkzaamheden van de B.V. bestaan uit het bezoeken van aspirant-beleggers, het informeren van hen, het adviseren bij en het desgewenst bijstand verlenen bij de aankoop van participaties, het met elkaar in contact brengen van aspirant-belegger en de desbetreffende fondsbeheerder en het verlenen van nazorg. Naar het oordeel van Hof Amsterdam kwalificeren deze werkzaamheden als het bemiddelen bij de verkoop van waardepapieren. Deze dienst is vrijgesteld van btw-heffing. De inspecteur heeft derhalve ten onrechte btw nageheven over de ontvangen provisies.
Lees verderTandtechnisch laboratorium 19% btw verschuldigd over buitenlandse aankopen
Een B.V. die een tandtechnisch laboratorium exploiteert verricht uitsluitend. Zij koopt grondstoffen voor tandprothesen en apparatuur aan in België en Duitsland voor minder dan € 10.000. De B.V. heeft haar btw-identificatienummer verstrekt aan de verkopers en heeft de goederen met 0% btw geleverd gekregen. De B.V. heeft echter geen verwerving aangegeven in Nederland. Naar de mening van de inspecteur ten onrechte. Rechtbank Breda stelt de inspecteur in het gelijk. Op grond van art. 37b Wet OB (en de toelichting in de parlementaire geschiedenis) is immers een volledig vrijgesteld presterende ondernemer die voor minder dan € 10.000 goederen aanschaft in andere EU-lidstaten toch verwervings-btw verschuldigd indien de verkopen in het buitenland als intracommunautaire leveringen zijn behandeld.
Lees verderGeen btw-teruggaaf voor verhuur werkruimte in woning
De verhuur van een kantoor- en archiefruimte in een woning zonder eigen opgang en sanitaire voorzieningen door een samenwerkingsverband van een dga en zijn echtgenote aan de B.V. van de dga is naar het oordeel van Hof Amsterdam geen economische activiteit. Het hof acht hierbij van belang dat in het huurcontract geen bepaling staat dat de eigenaars van de woning geen privégebruik van de werkruimte mogen maken en dat ander personeel van de B.V. geen toegang heeft tot de werkruimte indien de eigenaars van de woning niet thuis zijn. Dit betekent dat geen sprake kan zijn van btw-belaste verhuur aan de B.V. waardoor de inspecteur de verzochte teruggaaf van btw ten bedrage van € 10.975 terecht heeft geweigerd.
Lees verderGeen btw-vrijstelling voor PRI-therapeut
Een therapeut die Past Reality Integration (PRI) toepast, maar geen BIG-beroepsbeoefenaar is mag op de (para)medische diensten die hij verricht niet de vrijstelling toepassen. Dat is het oordeel van Hof Amsterdam. Naar het oordeel van het hof heeft de therapeut niet aannemelijk gemaakt dat zijn therapie van een gelijkwaardige kwaliteit is als de PRI-therapie door (gezondheidszorg)psychologen (die de btw-vrijstelling wel mogen toepassen). Het hof acht hierbij van belang dat niet duidelijk is welke opleidingseisen aan de PRI-therapeuten gesteld worden. Tevens is onvoldoende inzicht gegeven in de aard en de inhoud van de opleiding en de permanente educatie. Ook van een onafhankelijke klachtbehandeling is geen sprake. De omstandigheid dat de therapeut toezicht en/of supervisie uitoefent op andere PRI-therapeuten en dat cliënten tevreden zijn over zijn therapie nopen niet tot een ander oordeel. Dit betekent dat de therapeut terecht 19% btw op aangifte heeft voldaan.
Lees verderTen onrechte margeregeling toegepast op wederverkoop nieuwe caravans
Een fiscale eenheid van een holding en een werkmaatschappij heeft in de periode van 2005 t/m 2008 161 caravans van een bepaald merk ingekocht bij leverancier. Deze leverancier heeft op de uitgereikte facturen de term ‘margewagen’ vermeld. De leverancier kocht deze caravans bij een Duitse caravandealer. Deze caravandealer kocht de caravans bij de fabrikant in Duitsland. Bij iedere inkoop van deze caravans heeft de fiscale eenheid een Zulassungsbescheinigung Teil I en II ontvangen. In veel gevallen is de caravan door de fabrikant op naam gezet en heeft de caravan vervolgens enkele dagen op naam gestaan van de Duitse caravandealer. In geen van de gevallen hebben de caravans op naam gestaan van een particulier. De fiscale eenheid verkocht deze caravans door onder de margeregeling. In februari 2009 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. Vervolgens is in maart 2010 een inval door FIOD-ECD gedaan waarbij een naheffingsaanslag is opgelegd van € 268.035 die direct invorderbaar is gesteld. Op de gehele voorraad is beslag gelegd. Uit verklaringen van een ex-werknemer, de leverancier en kopers blijkt dat het ging om nieuwe caravans. Voor Rechtbank Leeuwarden is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval. Het was voor de fiscale eenheid als ervaren caravanverkoper (redelijkerwijs) duidelijk dat de caravans nieuw waren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de fiscale eenheid wist of behoorde te weten van de onjuistheid van het toepassen van de margeregeling op de doorverkoop van de nieuwe caravans. De rechtbank is van oordeel dat de fiscale eenheid ten onrechte geen gelegenheid heeft gehad om te reageren voordat de naheffingsaanslag werd opgelegd. Deze procedurele schending levert echter geen vernietiging van de naheffingsaanslag op omdat niet is gebleken dat een redelijke reactietermijn door overleg met de leverancier had kunnen bereiken dat geen of een lagere naheffingsaanslag zou worden opgelegd.
Lees verderDownload het handige schema overgangsregeling btw-verhoging!
Met ingang van 1 oktober 2012 wordt het algemene btw-tarief van 19% verhoogd naar 21%. In verband met de btw-verhoging zijn er diverse overgangsmaatregelen getroffen. BTW-PLAZA heeft de inhoud van deze overgangsmaatregelen in een overzichtelijk schema opgenomen. Dit schema is voor leden van BTW-PLAZA gratis te downloaden.
Lees verder6%-tarief isolatiewerkzaamheden bestaande woningen bij RC-waarde van 1,3
De arbeidskosten van energiebesparen isoleren van vloeren, muren en daken van woningen ouder dan twee jaar is belast is met 6% btw. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de isolatoiewaarde minimaal voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Laatstgenoemd besluit is per 1 april 2012 aangepast. Hierdoor is binnen de branche onduidelijkheid ontstaan over de vraag wanneer het 6%-tarief mag worden toegepast.
Lees verderBtw-vrijstelling voor integratief kindertherapeut
Een integratief kindertherapeut is geen (para)medisch beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG. Dit betekent dat de btw-vrijstelling voor de gezondheidskundige verzorging van de mens op grond van art. 11, lid 1, onderdeel g Wet OB toepassing mist. Toch oordeelt Rechtbank Den Haag dat een dergelijke therapeut de btw-vrijstelling mag toepassen. Redengevend voor dit oordeel acht de rechtbank dat aan de hand van verklaringen van een kinderpsychiater, een huisarts en een basisschooldirecteur aannemelijk is dat de kindertherapeut medische diensten verricht op een professioneel niveau dat vergelijkbaar is met het niveau van een academisch geschoold psycholoog respectievelijk orthopedagoog (die op de medische behandeling van kinderen wel de btw-vrijstelling mogen toepassen). Ter zitting heeft de kindertherapeut daarnaast onweersproken gesteld dat de door haar gevolgde opleiding aan de NVAP een specialistische opleiding betreft die eveneens gevolgd wordt door orthopedagogen en psychologen. Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat de kindertherapeut is aangesloten bij een beroepsvereniging met klacht- en tuchtrecht. Zie 8.2.1 voor deze uitspraak en meer informatie over de btw-vrijstelling voor (para)medische diensten.
Lees verderGeen btw-vrijstelling Speyertherapie sociaal-psychologisch therapeut
Een sociaal-psychologisch therapeut die de HBO-opleiding maatschappelijk werk en de opleiding Speyertherapie heeft gevolgd, heeft geen (para)medisch beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG. Dit betekent dat de btw-vrijstelling voor de gezondheidskundige verzorging van de mens op grond van art. 11, lid 1, onderdeel g Wet OB toepassing mist. Hierop bestaat naar het oordeel van Rechtbank Den Haag een uitzondering indien de therapeut aannemelijk maakt dat zijn diensten kwalitatief gelijkwaardig zijn aan die van een psycholoog. Aan die bewijslast is volgens de rechtbank niet voldaan indien de therapeut het antwoord schuldig moet blijven op de vraag of psychologen de Speyertherapie toepassen.
Lees verderTweede Kamer stemt in met gewijzigde overgangsregeling btw-verhoging nieuwbouwwoningen
De Tweede Kamer heeft gisterenavond ingestemd met het wetsvoorstel Uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013. Hierin is onder meer de btw-verhoging naar 21% per 1oktober a.s., het 6%-tarief voor podiumkunsten en kunstvoorwerpen per 1 juli 2012 en de beperking van de btw-vrijstelling voor (para)medische diensten per 1 januari 2013 opgenomen. Dit betekent dat alleen de instemming van de Eerste Kamer nog nodig is om het wetsvoorstel de kracht van wet te geven.
Lees verderBtw-identificatienummer afnemer niet nodig voor nultarief
Bij de toepassing van het nultarief wegens een intracommunautaire levering van goederen aan een afnemer die de goederen verwerft in een andere EU-lidstaat dient de leverancier het btw-identificatienummer van zijn afnemer op de factuur te vermelden. In Nederland is dit niet alleen een factuurvereiste, maar sinds 2006 ook een voorwaarde voor het toepassen van het nultarief. Ook Duitsland kent een dergelijke verplichting. In de zaak ‘VSTR’ is in geschil of de toepassing van het nultarief geweigerd mag worden op de enkele grond dat niet het btw-identificatienummer van de afnemer, een in de Verenigde Staten gevestigde ondernemer met een filiaal in Portugal, op de factuur vermeld staat. A-G Cruz Villalón is van mening dat een weigering van het nultarief niet is toegestaan op grond van het enkele feit dat het btw-identificatienummer van de afnemer op de factuur ontbreekt. Indien geen sprake is van het actief medewerken aan btw-fraude en de leverancier voldoet aan de materiële voorwaarden voor het nultarief (vervoer naar andere EU-lidstaat en belaste verwerving goederen in andere EU-lidstaat) mag het nultarief niet wegens een factuurgebrek geweigerd worden. Het HvJ EU moet nog arrest wijzen. Zie voor deze conclusie en meer informatie over het toepassen van het nultarief bij intracommunautaire leveringen 9.1.2.
Lees verderFiscus mag controletaken niet afwentelen op btw-ondernemer
IIndien een btw-ondernemer met zijn aankoop deelneemt aan een keten waarin btw-fraude plaatsvindt, moet zijn btw-aftrek geweigerd worden indien hij dit wist of had moeten weten. In de zaken ‘Mahagében’ en ‘Pétér David’ staat de vraag centraal of Hongarije de btw-aftrek mag weigeren op grond van het enkele feit dat de opsteller van de factuur of één van zijn onderaannemers onregelmatigheden heeft begaan zonder dat de fiscus op basis van objectieve gegevens aantoont dat de btw-ondernemer wist of had moeten weten dat de aankoop onderdeel uitmaakt van btw-fraude door de opsteller van de factuur of een marktdeelnemer in een eerder stadium van de handelsketen. Naar het oordeel van het HvJ EU is dit niet toegestaan. De fiscus mag de aftrek slechts weigeren indien zij aantoont dat de ondernemer wist of had moeten weten van de btw-fraude in de handelsketen. Ook het weigeren van de aftrek bij een afnemer te goeder trouw op grond van het feit dat deze zich er niet van heeft vergewist dat de opsteller van de factuur btw-ondernemer was, de betrokken goederen in bezit had, de goederen kon leveren en zijn aangifte en betalingsverplichting jegens de fiscus is nagekomen, is naar het oordeel van het HvJ EU in strijd met de btw-richtlijn. Hierdoor zou de fiscus immers controletaken op de btw-ondernemer afwentelen.
Lees verderTermijn teruggaaf buitenlandse btw is fataal
Het verzoeken om een teruggaaf voor buitenlandse btw diende op grond van de Achtste Richtlijn uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de btw in rekening was gebracht te worden teruggevraagd. Elsacom NV heeft in 1999 Italiaanse btw in rekening gebracht gekregen en deze btw op 27 juli 2000 teruggevraagd. Deze teruggaaf is geweigerd omdat deze te laat was ingediend. Naar aanleiding van vragen van de Italiaanse rechter oordeelt het HvJ EU dat de zesmaandentermijn in de Achtste Richtlijn een fatale termijn is. Dit arrest betekent dat de te laat ingediende teruggaafverzoeken door de buitenlandse belastingdienst zonder meer geweigerd mogen worden. Zie 10.7 voor dit arrest en meer informatie over het terugvragen van buitenlandse btw in andere EU-lidstaten.
Lees verder2013: beperking btw-vrijstelling (para)medische diensten
In het kader van het Lenteakkoord zijn de partijen VVD, CDA, D66, Groenlinks en Christenunie overeengekomen dat per 1 januari 2013 de btw-vrijstelling voor de gezondheidskundige verzorging van de mens door (para)medische beroepsbeoefenaren wordt beperkt. Deze wijziging kent een lange voorgeschiedenis.
Lees verderGeen btw-compensatiefonds voor de zorg
In het Regeerakkoord van 2010 staat vermeld dat er onderzoek zal worden gedaan naar de invoering van een btw-compensatiefonds voor de zorg. Na een gehouden enquêteonderzoek onder 155 zorginstellingen is gebleken dat de btw voor slechts 28% van de instellingen de belangrijkste reden is om opdrachten niet uit te besteden. Voor de meeste zorginstellingen is de kwaliteit van de dienstverlener en de mate van controle daarover de belangrijkste reden om al dan niet uit te besteden. Ook na invoering van een btw-compensatiefonds verwacht 60% van de ondervraagde zorginstellingen niet meer uit te gaan besteden. Daarnaast gaat een invoering van een btw-compensatiefonds gepaard met een toename van de uitvoeringslasten voor de Belastingdienst om het risico op het weglekken van btw te minimaliseren. Tot slot leidt de invoering van het btw-compensatiefonds tot hogere administratieve lasten en uitvoeringskosten voor de zorginstellingen. Al deze redenen hebben de minister van VWS en de staatssecretaris van Financiën doen besluiten om geen btw-compensatiefonds voor de zorg in te voeren.
Lees verderToch overgangsregeling btw-verhoging verbouwingsdiensten
In het wetsvoorstel Uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 is een btw-verhoging opgenomen van 19% naar 21%. Op grond van dit wetsvoorstel geldt het 21%-tarief voor alle prestaties die op of na 1 oktober 2012 zijn verricht. Dit betekent dat de oplevering van een gebouw op of na 1 oktober 2012 volledig belast zou zijn met 21% btw, ongeacht of reeds termijnfacturen met 19% voor die datum zijn ontvangen. Vanwege het maatschappelijke belang dat met de bouw van onroerend goed is gemoeid, is in het wetsvoorstel geregeld dat bij een oplevering van nieuwbouw op of na 1 oktober 2012 de termijnen tot die datum met 19% btw gefactureerd mogen worden. Deze overgangsregeling geldt niet voor verbouwingsdiensten die op of na 1 oktober 2012 worden afgerond. Dit betekende dat de volledige verbouwingsdienst belast is met 21% btw indien deze op of na 1 oktober 2012 wordt afgerond.
Lees verderGemeenten vrezen hoge kosten afschaffing BTW-compensatiefonds
Gemeenten wilden geen BTW-compensatiefonds (BCF), maar kregen het toch. Het BCF is bedoeld om gemeenten en provincies te stimuleren om taken uit te besteden. Het BCF biedt gemeenten en provincies de mogelijkheid de btw die betaald wordt bij uitbestedingen bij het fonds te declareren. Toen het BCF in het leven werd geroepen, was er veel verzet tegen. Het zou geen toegevoegde waarde hebben en zorgen voor extra administratieve lasten. Uit een rapport van de Stuurgroep Begrotingsruimte, dat de minister van Financiën adviseert, blijkt dit ook het geval te zijn. Het advies is daarom om het BCF af te schaffen. Toch is dat niet wat een meerderheid van de gemeenten wil, aldus VNG. Het afschaffen van het BCF leidt ook weer tot extra administratieve lasten en daarmee tot kosten.
Lees verderInspecteur na tariefsverhoging niet meer gebonden aan compromis
Met ingang van 1 juli 2011 gold -kort gezegd- het 6%-tarief niet meer voor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen. Per 1 juli 2012 is deze btw-verhoging teruggedraaid. Een B.V. (die onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de btw) exploiteert een uitgaansgelegenheid. In 2005 is geconstateerd dat de uitgaansgelegenheid te veel btw op aangifte heeft voldaan. Deze te veel voldane btw is teruggevraagd. Naar aanleiding van dit verzoek sluit de uitgaansgelegenheid een compromis met de inspecteur. Op grond hiervan is 25% van de entree- en garderobeopbrengsten belast met 19% btw en de overige 75% met 6% btw. In geschil is of deze in 2005 gemaakte afspraak ook geldt in het tijdvak juli 2011 (dus na de btw-verhoging voor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen). Rechtbank Arnhem is van oordeel dat een inspecteur bij een wetswijziging niet verplicht is om de gemaakte afspraak op te zeggen. De rechtbank merkt daarnaast op dat het compromis geen (goedkeurende) afspraak behelst over de toepassing van het 6%-tarief op podiumkunsten, maar op de wijze waarop de entree- en garderobeopbrengsten aan de verschillende prestaties kunnen worden toegerekend. Van een rauwelijks doorgevoerde tariefsverhoging is -anders dan de uitgaansgelegenheid stelt- geen sprake. De datum van de inwerkingtreding van de tariefsverhoging is immers nog een half jaar uitgesteld. Ook van strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel is volgens de rechtbank geen sprake. Het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen is immers geen soortgelijke prestatie als het verlenen van toegang tot een bioscoop. Daar komt nog bij dat niet aannemelijk is gemaakt dat de gestelde omzetdaling voor uitgaansgelegenheden en de gelijkblijvende omzet van bioscopen verband houdt met de btw-verhoging.
Lees verderPvdA wil 6% btw op huizenonderhoud
De Partij van de Arbeid (PvdA) wil de bouwsector uit het slop trekken. Met dat doel stelt de PvdA voor om het btw-tarief op huizenonderhoud (opnieuw) te verlagen van 19% naar 6%. Het is de verwachting van de PvdA dat deze btw-maatregel een positief effect heeft op het aantal opdrachten en de werkgelegenheid in de bouw. De verlaging van de btw voor renovatie en herstel van woningen wil de PvdA betalen door de verpakkingsbelasting te behouden en de grondwaterbelasting voor grote bedrijven weer in te voeren.
Lees verderZekerheid begint met een gesprek
Plan een consult met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw nationale en internationale btw-processen.