ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Btw-herziening bij investeringsdiensten aan onroerende zaken en het Drebers-arrest

25 oktober 2024 3 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Het kabinet ziet in het Drebers-arrest vooralsnog geen aanleiding de voorgestelde definitie te wijzigen en houdt vast aan een herzieningstermijn van vijf jaar. Daar valt wat op af te dingen.

Op Prinsjesdag 2024 maakte het kabinet het voorstel bekend om een btw-herzieningsregeling in te voeren voor investeringsdiensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000. In ons eerdere bericht gingen wij in op het doel van die regeling en op de verhouding tot het Drebers-arrest van het Hof van Justitie EU. Inmiddels is er een Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2025 verschenen, waarin het kabinet ingaat op de gevolgen van dat arrest.

Het Drebers-arrest

Het arrest maakt duidelijk dat het steeds hanteren van een herzieningstermijn van vijf jaar voor investeringsdiensten aan onroerende zaken niet is toegestaan. Het Hof erkent dat grootschalige renovatiewerkzaamheden economische kenmerken kunnen hebben die vergelijkbaar zijn met die van onroerende investeringsgoederen, met name wat betreft hun lange levensduur. In het licht van de fiscale neutraliteit mogen zulke diensten daarom niet anders worden behandeld dan onroerende investeringsgoederen.

Het Hof geeft aan dat ondernemers zich voor de nationale rechter mogen beroepen op de verlengde herzieningsperiode wanneer de lidstaat die op grond van nationale regelgeving heeft geweigerd. Voor investeringsdiensten zoals verbouwingen waarvan de economische kenmerken in wezen gelijkwaardig zijn aan de aankoop van een onroerende zaak, is de Nederlandse wetgever dus verplicht de verlengde termijn van kort gezegd tien jaar te hanteren.

Reactie kabinet

In de Nota naar aanleiding van het verslag geeft de staatssecretaris van Financiën aan dat het Drebers-arrest vooralsnog geen directe aanleiding geeft de in het Belastingplan 2025 opgenomen definitie te wijzigen. Die definitie houdt in de ogen van het kabinet nog steeds Europeesrechtelijk stand, en alleen de rechter kan daarover definitief uitsluitsel geven. Wel leidt het arrest tot een verduidelijking in de bijbehorende lagere regelgeving.

Het kabinet is niet voornemens de herzieningstermijn van vijf naar tien jaar te verlengen. Belastingplichtigen kunnen zich in situaties waarin op grond van het arrest de verlengde termijn van toepassing is direct bij de inspecteur op dat arrest beroepen. Daarmee wordt beoogd een aanvullende administratieve last te voorkomen.

Kritiek op deze reactie

Wij hebben, net als andere partijen, gereageerd op de ter internetconsultatie aangeboden uitwerking in de Eindejaarsregeling 2024 en aanbevolen nog eens kritisch naar de regeling te kijken.

Naar onze mening is de wettelijke definitie van het begrip investeringsdienst ruimer dan het Europese recht toestaat, en is niet duidelijk waarom het kabinet kiest voor het lage drempelbedrag van € 30.000. Opvallend is bovendien dat het kabinet bij de herzieningstermijn geen rekening houdt met het Drebers-arrest, met als reden de administratieve lastenverlichting. Dat is naar onze mening geen goed argument om wetgeving in te voeren waarvan op voorhand al duidelijk is dat zij niet richtlijnconform is.

De verdere uitwerking en overige verduidelijkingen volgen in een aanpassing van de Eindejaarsregeling 2024. Wij blijven deze wetgeving kritisch volgen.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.