Eindejaarstips 2021
Welke posten neemt u mee in de laatste btw-aangifte van het jaar? Wij zetten de aandachtspunten op een rij, van de fiscale eenheid en het privégebruik tot de kleineondernemersregeling en de bewaarplicht.
Ondernemer
Meld verbreking of wijziging van de fiscale eenheid
Ondernemers die in een fiscale eenheid zijn opgenomen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden daarvan. Verricht een onderdeel geen economische activiteiten meer, of wordt aan een van de verwevenheidsvoorwaarden niet langer voldaan, stel de inspecteur daarvan dan op de hoogte en verbreek of wijzig de fiscale eenheid. Daarmee eindigt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uittredende ondernemers.
Toezichthouders
In juni 2019 oordeelde het Hof van Justitie dat een commissaris voor de btw niet zelfstandig is en daardoor geen btw-ondernemer. In 2020 besliste de Hoge Raad in gelijke zin over een voorzitter en lid van bezwaaradviescommissies. De staatssecretaris van Financiën heeft de gevolgen daarvan uitgewerkt in een beleidsbesluit van 6 mei 2021.
Dat besluit werkt terug tot en met 13 juni 2019, zodat vanaf dat moment geen btw meer verschuldigd is over de werkzaamheden van toezichthouders en commissieleden. Is na juni 2019 nog met btw gefactureerd en hebben bedrijven of instellingen die btw afgetrokken, dan behouden zij hun aftrekrecht. Een toezichthouder kan de facturen ook achteraf corrigeren, wat interessant kan zijn voor afnemers die de btw niet volledig hebben kunnen aftrekken.
Voor de periode van 13 juni 2019 tot 7 mei 2021 bevat het besluit een goedkeuring: toezichthouders en commissieleden die met btw zijn blijven factureren worden tot 7 mei 2021 nog als btw-ondernemer gezien, zodat hun aftrek in stand blijft. Ook als zij achteraf crediteren hoeft die aftrek niet te worden gecorrigeerd.
Van belang is dat toezichthouders en commissieleden hun btw-registratie beëindigen, voor zover dat nog niet is gebeurd en zij geen andere ondernemersactiviteiten hebben.
Onroerend goed
Optie belaste levering
De levering van gebouwen die op het tijdstip van levering meer dan twee jaar in gebruik zijn, of van onbebouwde grond die geen bouwterrein is, is in principe vrijgesteld. Partijen kunnen kiezen voor een belaste levering, mits de koper het gekochte in het boekjaar van levering en het jaar daarna voor minimaal 90% gebruikt voor belaste activiteiten. Voor werkgeversorganisaties, makelaars, reisbureaus, arbodiensten, postvervoersbedrijven en publieke omroepen geldt 70%.
Opteren voorkomt dat de verkoper zijn aftrek deels moet herzien bij een levering binnen de herzieningstermijn, of zorgt ervoor dat hij een extra deel van de aanschaf-btw terugkrijgt. De koper moet binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het jaar van levering een verklaring sturen aan verkoper en inspecteur waarin hij aangeeft of aan het criterium is voldaan.
Moet u in 2022 zo'n verklaring afgeven, noteer dat dan alvast als actiepunt. Moet u er juist een ontvangen, noteer dan wanneer de vierwekentermijn verstrijkt, zodat u de koper kunt herinneren als hij in gebreke blijft.
Kiest u voor een belaste levering, kom dan expliciet met de koper overeen dat hij eventueel nageheven herzienings-btw, inclusief rente en boete, volledig aan de verkoper vergoedt. Zonder die afspraak loopt de verkoper het risico op een naheffing terwijl het niet voldoen aan de voorwaarden aan de koper te wijten is.
Optie belaste verhuur
Verhuur van onroerende goederen is in principe vrijgesteld. Partijen kunnen opteren voor belaste verhuur, mits de huurder het gehuurde voor minimaal 90% (of 70% voor de genoemde branches) gebruikt voor belaste activiteiten. Voldoet de huurder in enig jaar niet meer, dan is de verhuur vrijgesteld, wat gevolgen kan hebben voor de eerder afgetrokken btw. Daarop bestaat een uitzondering als het onvoldoende aftrekgerechtigde gebruik redelijkerwijs niet voorzienbaar en incidenteel was.
Hebt u in 2021 gehuurd met een optie voor belaste verhuur, ga dan na of u aan het criterium hebt voldaan. Zo niet, dan moet u dat binnen vier weken na afloop van uw boekjaar melden aan verhuurder én Belastingdienst in een door u ondertekende verklaring.
Tarief
Vervallen vrijstelling en verlaagd tarief voor denksporten
Tot nu toe worden denksporten in Nederland als sport beschouwd, waardoor zij onder de sportvrijstelling of onder het verlaagde tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening kunnen vallen. Het Hof van Justitie heeft echter geoordeeld dat denksporten geen sport zijn vanwege de te verwaarlozen fysieke component.
De staatssecretaris heeft daarop onderzocht of de culturele vrijstelling uitkomst kan bieden, maar concludeert dat bridge, schaken, dammen en go geen immaterieel erfgoed zijn. Per 1 januari 2022 geldt op deze denksporten dus het algemene tarief, tenzij gebruik kan worden gemaakt van de kleineondernemersregeling.
Aftrek van voorbelasting
Herziening aftrek algemene kosten
Een ondernemer die goederen of diensten gebruikt voor zowel vrijgestelde als belaste prestaties kan in principe maar een deel van de btw aftrekken. Bij ingebruikneming moet de afgetrokken btw worden herzien aan de hand van de gegevens van dat tijdvak, op basis van omzetverhouding of werkelijk gebruik. Aan het eind van het boekjaar volgt nogmaals een volledige herziening op basis van de gegevens over het hele jaar.
Te weinig afgetrokken btw claimt u alsnog in rubriek 5b van de laatste aangifte van het jaar. Te veel afgetrokken btw neemt u daar als negatief bedrag op en betaalt u terug.
Past u de omzetverhouding toe, dan mag u het percentage naar boven afronden: 8,1% wordt dus 9%.
Herziening aftrek investeringsgoederen
De aftrek is in beginsel definitief na de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming. Voor investeringsgoederen loopt daarna een herzieningstermijn van negen jaar voor onroerende goederen en vier jaar voor roerende investeringsgoederen, dus roerende goederen waarop voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting wordt of zou kunnen worden afgeschreven. Bij herziening wordt getoetst of de mate van aftrek aan het eind van het jaar van ingebruikneming overeenstemt met het gebruik in de jaren daarna.
Anders dan bij de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming wordt bij afwijking in latere jaren niet het hele bedrag gecorrigeerd, maar alleen het deel dat aan dat jaar toerekenbaar is: een tiende bij onroerende goederen en een vijfde bij roerende. Wijzigt het gebruik van een onroerend goed in jaar 5 van volledig belast naar volledig vrijgesteld, dan moet vanaf dat jaar telkens een tiende van de eerder afgetrokken btw worden gecorrigeerd.
Herziening blijft achterwege als het bedrag dat op basis van de herzieningsregels voor aftrek in aanmerking komt niet meer dan 10% afwijkt van het bedrag dat in aftrek is gebracht. Die 10%-regel geldt zowel bij een terug te vragen als bij een te betalen bedrag.
Privégebruik zakelijke auto
Bij privégebruik, inclusief woon-werkverkeer, van een auto van de zaak door de ondernemer, maten of firmanten of personeel in 2021 moet in de laatste aangifte van het jaar 21% btw worden betaald over de uitgaven daarvoor. Dat bedrag komt in rubriek 1d.
Is geen kilometeradministratie bijgehouden, dan is 2,7% van de catalogusprijs inclusief btw en bpm verschuldigd. Daarop bestaan uitzonderingen:
- zijn er na het jaar van ingebruikneming vier jaren verstreken, dan geldt 1,5%
- is de auto zonder btw aangeschaft, dan geldt eveneens 1,5%
- heeft uitsluitend woon-werkverkeer plaatsgevonden
- wordt een eigen bijdrage voor het privégebruik betaald
De heffing vindt tijdsevenredig plaats. Een aftrekgerechtigde ondernemer die een auto met btw kocht en op 1 juli 2021 in gebruik nam, kan dus volstaan met 6/12 × 2,7% × catalogusprijs.
Zakelijk gebruik privéauto
Een eenmansondernemer die zijn privéauto zakelijk gebruikt heeft recht op aftrek van de btw op gebruiks- en onderhoudskosten, voor zover hij belaste prestaties verricht. Ontbreekt een kilometeradministratie waaruit het privégebruik blijkt, dan is goedgekeurd dat de aftrek naar rato van het verwachte privégebruik wordt beperkt. Is dat verwachte gebruik niet bekend, dan moet worden uitgegaan van een zo nauwkeurig mogelijke schatting op basis van objectief vast te stellen feiten, waaronder ervaringsgegevens.
Hij mag ook de btw volledig aftrekken en in rubriek 1d van de laatste aangifte over 2021 een correctie van 1,5% van de catalogusprijs aangeven. Dat is echter alleen toegestaan als uit de administratie niet blijkt in welke mate de auto privé is gebruikt.
Privégebruik investeringsgoederen
Heeft een ondernemer een investeringsgoed dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt volledig tot zijn ondernemingsvermogen gerekend en de btw volledig afgetrokken, dan moet hij in de laatste aangifte over 2021 een heffing over het privégebruik aangeven, in rubriek 1d. De maatstaf wordt gevormd door de voor de dienst gemaakte uitgaven, en de heffing vindt tijdsevenredig plaats.
Er bestaat onderscheid tussen kosten voor verwerving of vervaardiging en kosten voor onderhoud en verbetering.
Voor verwervings- of vervaardigingskosten moeten de aan het privégebruik toerekenbare kosten worden bepaald op basis van het werkelijke privégebruik. Die kosten worden uitgesmeerd over vijf jaar bij roerende en tien jaar bij onroerende investeringsgoederen, waarbij het jaar van ingebruikneming meetelt als eerste jaar. De ondernemer kiest een methode die het werkelijke privégebruik aannemelijk maakt, bijvoorbeeld op basis van oppervlakte of van dagen, nachten of uren, en moet daarbij de methode kiezen die daar het meest bij aansluit. Bij goederen waar gemengd gebruik gelijktijdig plaatsvindt, zoals een woon-bedrijfspand, werkt oppervlakte meestal het beste. Een tijdsevenredige berekening past juist goed bij een vakantiewoning die zakelijk en privé wordt gebruikt.
Voor onderhouds- en verbeteringskosten gelden dezelfde regels, maar het privégebruik daarvan wordt volledig belast in het jaar van gebruik.
Voor onroerende goederen die vanaf 2011 volledig tot het ondernemingsvermogen zijn gerekend vindt aftrek plaats naar rato van het verwachte zakelijke gebruik. Wijzigingen daarin worden gecorrigeerd op dezelfde wijze als bij wijzigingen tussen belast en vrijgesteld gebruik.
Privégebruik van diensten
Heffing over privégebruik van diensten speelt volgens de staatssecretaris bij extern met btw ingekochte diensten zonder vergoeding, en bij intern door de ondernemer zelf verrichte diensten. Denk aan een schoonmaakbedrijf dat zijn personeel de privéwoning van de ondernemer of van personeelsleden laat schoonmaken. De btw is verschuldigd over de aan het privégebruik toerekenbare kosten en komt in rubriek 1d van de laatste aangifte over 2021.
Kantineverstrekkingen aan personeel
Het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel leidt tot een aftrekcorrectie als de kosten van personeelsvoorzieningen per personeelslid meer bedragen dan € 227. Blijven de kosten exclusief spijzen en dranken onder dat bedrag, dan wordt uitsluitend de aftrek op de kantineverstrekkingen gecorrigeerd.
Het totaal wordt als volgt berekend:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Kostprijs spijzen en dranken exclusief btw | € ... |
| Opslag 25% | € ... |
| Theoretische omzet | € ... |
| Werkelijke omzet inclusief btw | € ... |
| Verschil | € ... |
| Gedeeld door het aantal personeelsleden | € ... |
Het verschil tussen theoretische en werkelijke omzet is het bedrag dat voor het personeel is uitgegeven. Gedeeld door het aantal personeelsleden geeft dat de bevoordeling per persoon, die wordt opgeteld bij eventuele overige personeelsverstrekkingen en getoetst aan de grens van € 227. Blijft het totaal daaronder, dan volgt geen correctie. Wordt de grens overschreden, dan moet de aftrek worden gecorrigeerd met 9% btw maal het verschil.
Geen extra aftrek bouwkosten woning vanwege zonnepanelen
In juli 2021 beantwoordde de Hoge Raad de vraag of de btw-belaste exploitatie van zonnepanelen betekent dat ook een deel van de btw op de aanschaf of bouw van de woning waarop die panelen liggen aftrekbaar is. Dat vraagstuk lag al enkele jaren op tafel.
Volgens de Hoge Raad moet degene die de woning heeft aangeschaft bewijzen dat die aanschaf zijn uitsluitende oorzaak vindt in de exploitatie van de zonnepanelen. Zou de woning hoe dan ook zijn aangeschaft, ook zonder die panelen, dan leidt de exploitatie niet tot extra aftrekbare btw op de aanschafkosten.
Op grond van dit arrest lijkt het ons zo goed als uitgesloten dat iemand erin slaagt te bewijzen dat de kosten van een woning uitsluitend hun oorzaak vinden in de exploitatie van zonnepanelen. Die kosten zullen normaliter immers hun oorzaak vinden in het privégebruik, oftewel het wonen.
Teruggaaf van btw
Oninbare vorderingen
De btw over oninbare vorderingen vraagt u terug in de aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat uw klant niet meer betaalt. Terugvragen kan in ieder geval uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur. Het bedrag vult u als negatieve omzet en negatieve btw in bij vraag 1a of 1b.
Ambtshalve teruggaaf
Is in het verleden ten onrechte of te veel btw voldaan, of te weinig afgetrokken, dan kunt u de inspecteur via een suppletieaangifte vragen die btw ambtshalve terug te geven. Bij ten onrechte gefactureerde btw die de afnemer in aftrek kan hebben gebracht, kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen, zoals het uitreiken van een herstelfactuur zonder btw en het uitschakelen van het gevaar van verlies van belastinginkomsten.
Kleineondernemersregeling
De kleineondernemersregeling houdt in dat een kleine ondernemer die in Nederland is gevestigd, woont of een vaste inrichting heeft, kan kiezen voor een btw-vrijstelling zonder recht op aftrek. Het is geen verplichting. Aangiften zijn dan niet nodig en de administratie is beperkt. De omzet mag in een kalenderjaar niet hoger zijn dan € 20.000.
Hebt u de regeling het afgelopen jaar toegepast, ga dan na of u die grens hebt overschreden. De regeling staat ook open voor rechtspersonen zoals verenigingen, stichtingen en B.V.'s.
Wie voldoet aan de voorwaarden mag de regeling vanaf 1 januari 2022 toepassen, mits hij zich uiterlijk vier weken daarvoor heeft aangemeld. Te laat aangemeld betekent toepassing pas vanaf het eerstvolgende kwartaal, dus 1 april 2022. Bij een keuze voor de regeling geldt die minstens drie jaar, tenzij u eerder boven € 20.000 uitkomt.
Toepassing leidt niet tot herziening van eerder genoten aftrek op investeringsgoederen, bijvoorbeeld zonnepanelen, wanneer de herzieningscorrectie in het jaar minder dan € 500 bedraagt.
Vrijwillige registratiedrempel
Voor zeer kleine ondernemers die nog niet geregistreerd zijn en een jaaromzet van maximaal € 1.800 hebben, is goedgekeurd dat zij de regeling mogen toepassen ook zonder aanmelding. Die drempel is onder meer bedoeld voor starters en voor de koper van een bestaande woning waarop de vorige eigenaar zonnepanelen heeft laten aanbrengen. Komt de ondernemer boven de drempel, dan moet hij zich alsnog registreren en kan hij zich eventueel aanmelden. De drempel werkt terug tot en met 1 januari 2020.
Versoepeling voor particuliere zonnepaneelhouders
Voor particulieren die tussen 3 december en 1 januari panelen aanschaften gold tot voor kort dat zij te laat waren om zich vier weken vóór de gewenste ingangsdatum aan te melden. Daardoor ontvingen zij in het nieuwe jaar opnieuw een btw-aangifte, wat tot fiscale ongelijkheid leidde. Dat is opgelost met een goedkeuring: zij kunnen zich tot en met 31 december van het jaar van aanschaf en installatie aanmelden als kleine ondernemer, dus ook na de vierwekentermijn.
Margeregeling en reisbureauregeling
Een wederverkoper van margegoederen of een reisbureau dat de winstmarge niet per transactie maar per tijdvak vaststelt, de globalisatieregeling, moet na afloop van 2021 de winstmarges van alle tijdvakken salderen en de jaarwinstmarge vaststellen. De wederverkoper doet dat per goederensoort, dus afzonderlijk voor goederen onder het tarief van 9% en die onder 21%.
Blijkt uit de jaarwinstmarge dat minder btw verschuldigd is dan op aangifte is voldaan, dan kan de te veel voldane btw met een schriftelijk verzoek worden teruggevraagd in het eerste tijdvak na afloop van 2021. De inspecteur stelt het bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Is de jaarwinstmarge negatief, dan ontvangt de wederverkoper of het reisbureau op verzoek alle in 2021 voldane btw ter zake van margeverkopen terug. Verzoek de inspecteur daarnaast schriftelijk de jaarwinstmarge op het negatieve bedrag vast te stellen. Het voordeel daarvan is dat die mag worden verrekend met de positieve jaarwinstmarge van 2022, voor de wederverkoper opnieuw per goederensoort.
Buitenlandse btw
Buitenlandse btw die u in 2021 in een andere EU-lidstaat hebt betaald, moet uiterlijk op 30 september 2022 worden teruggevraagd via het portaal van de Belastingdienst. Noteer die datum alvast. De Belastingdienst stuurt het verzoek door naar de lidstaat die de teruggaaf moet verlenen.
Het berekenen van de btw die voor teruggaaf in aanmerking komt vergt kennis van de lokale regels. Niet zorgvuldig ingediende verzoeken leiden tot nadere vragen en dus tot vertraging. Bovendien wordt een verzoek geweigerd als u voor een levering of dienst in die lidstaat een btw-nummer had moeten aanvragen.
Btw-aangifte
Pas zo nodig de aangiftetermijn aan
Aangifte per kwartaal in plaats van per maand levert een financieringsvoordeel op wanneer u per kwartaal per saldo btw moet betalen. Hebt u per kwartaal juist recht op teruggaaf, bijvoorbeeld door leveringen of diensten met 0% btw of diensten aan buitenlandse afnemers, dan is maandaangifte aantrekkelijker: u beschikt dan sneller over de terug te ontvangen btw.
Suppletieaangifte
Blijkt in 2021 dat over de periode 2016 tot en met 2021 te weinig btw is voldaan, dan moet u de onjuiste aangiften herstellen met een suppletieaangifte, op straffe van een vergrijpboete van maximaal 100%. De suppletie wordt elektronisch ingediend in de beveiligde omgeving. Een correctie van de laatst ingediende aangifte tot € 1.000 mag in de laatste aangifte over 2021 worden verwerkt.
De Belastingdienst controleert jaarrekeningen op openstaande btw-schulden. Staat er in uw jaarrekening zo'n schuld en dient u geen suppletie in, dan loopt u het risico op een forse vergrijpboete.
Een suppletie kan leiden tot een verzuimboete wanneer zij dient om eerder te laag berekende en voldane btw te herstellen. Bij vrijwillige indiening legt de inspecteur geen vergrijpboete op. Ook een verzuimboete blijft achterwege als de verschuldigde btw € 20.000 of minder bedraagt, of minder dan 10% van het eerder over dat tijdvak betaalde bedrag. In andere gevallen bedraagt de verzuimboete 5% van het verschuldigde bedrag, met een maximum van € 5.514. Bij afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt mag geen verzuimboete worden opgelegd.
Bijzonder uitstel van betaling
Btw-ondernemers met betalingsproblemen door de coronacrisis konden de afgelopen jaren bijzonder uitstel van betaling aanvragen. Die maatregel zou per 1 januari 2022 eindigen, maar is recent verlengd tot ten minste 1 februari 2022. Ondernemers die eerder uitstel kregen en hun btw-schuld nog niet volledig hebben betaald, krijgen nu automatisch opnieuw uitstel zonder daarom te vragen. Wie de schuld inmiddels volledig heeft betaald, moet het uitstel wel opnieuw aanvragen.
Het lage tarief van de invorderingsrente blijft nog een half jaar op bijna nul (0,01%). Daarna gaat de rente stapsgewijs terug naar het oude niveau van 4%, te beginnen met 1% per 1 juli 2022.
Administratie
Boeken, bescheiden en andere gegevensdragers moeten normaal gesproken zeven jaar worden bewaard. Die plicht geldt voor het grootboek, facturen van debiteuren en crediteuren, voorraadgegevens, de in- en verkoopadministratie en dergelijke. Voor gegevensdragers over onroerende goederen geldt negen jaar na het jaar van ingebruikneming. Of het om papieren of elektronische dragers gaat maakt niet uit.
Oude administratie waarvoor de bewaartermijn is verstreken kunt u vernietigen, tenzij over die jaren nog een bezwaar- of beroepsprocedure loopt.