ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Eindejaarstips 2022

21 december 2022 20 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Welke posten neemt u mee in de laatste btw-aangifte van het jaar? Wij zetten de aandachtspunten op een rij, belichten een aantal actualiteiten uit 2022 en lopen de wijzigingen voor 2023 langs.

Het jaar 2022 is bijna voorbij en 2023 nadert, wat betekent dat de btw-aangifte over het laatste tijdvak weer moet worden ingediend. Hieronder vindt u de posten die u daarin moet meenemen, een aantal eindejaarstips en de belangrijkste wijzigingen voor volgend jaar.

Ondernemer

Meld verbreking of wijziging van de fiscale eenheid

Ondernemers die in een fiscale eenheid zijn opgenomen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden daarvan. Verricht een onderdeel geen economische activiteiten meer, of wordt aan een van de verwevenheidsvoorwaarden niet langer voldaan, stel de inspecteur daarvan dan op de hoogte en verbreek of wijzig de fiscale eenheid. Daarmee eindigt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uittredende ondernemers.

Nadere invulling van de vereisten

In februari van dit jaar wees de Hoge Raad arrest over de voorwaarden voor een fiscale eenheid. Binnenlandse entiteiten die juridisch zelfstandig zijn maar financieel, economisch en organisatorisch nauw verbonden, worden samen als één belastingplichtige gezien. De Hoge Raad bouwt daarbij voort op een standaardarrest uit 1989: de verwevenheden moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld.

Voor organisatorische verwevenheid is vereist dat de entiteiten onder gezamenlijke, althans als eenheid functionerende leiding staan. De Hoge Raad verduidelijkt dat die leiding niet bij één persoon hoeft te berusten: zij kan ook bestaan wanneer tussen de betrokkenen zulke nauwe banden in bestuur en leiding bestaan dat zij samen de leiding voeren. Dat kan met name spelen bij complementaire activiteiten, waarbij de activiteiten van de ene entiteit uitsluitend voor de andere worden uitgevoerd. Zijn de personen financieel en economisch nauw verweven, dan is niet voldoende dat er slechts niet-verwaarloosbare organisatorische betrekkingen zijn.

Voor financiële verwevenheid herhaalt de Hoge Raad zijn vaste lijn: ten minste de meerderheid van de aandelen, inclusief de zeggenschap, moet middellijk of onmiddellijk in dezelfde handen zijn. De vraag is of dat nog strookt met Europese rechtspraak. Het Hof van Justitie oordeelde in december van dit jaar namelijk dat ondergeschiktheid niet vereist is, en dus dat de houdstervennootschap naast de meerderheid van de aandelen niet ook de meerderheid van de stemrechten hoeft te hebben. De lijn van de Hoge Raad lijkt daarmee iets te strikt.

Betekenis van de beschikking

De Hoge Raad verduidelijkte ook wat de beschikking fiscale eenheid betekent. Zij dient de rechtszekerheid: een belastingplichtige kan niet tegen zijn wil als onderdeel van een fiscale eenheid worden aangemerkt over de periode voordat de inspecteur zijn standpunt kenbaar maakte. Die rechtszekerheid gaat echter niet zo ver dat een fiscale eenheid kan ontstaan zonder dat aan de materiële voorwaarden is voldaan. In bepaalde gevallen kan de belastingplichtige wel een beroep doen op het door de beschikking gewekte vertrouwen, mits hij vooraf alle benodigde en juiste informatie heeft verstrekt.

Hebt u na afstemming een beschikking ontvangen? Ga dan regelmatig na of de onderliggende feiten nog hetzelfde zijn, want bij een verandering kan de fiscale eenheid ophouden te bestaan. Hebt u een beschikking ontvangen zonder dat het feitencomplex is toegelicht, dan kunt u zich niet op het vertrouwensbeginsel beroepen en loopt u het risico dat de fiscale eenheid achteraf niet blijkt te bestaan.

Onroerend goed

Optie belaste levering

De levering van gebouwen die op het tijdstip van levering meer dan twee jaar in gebruik zijn, of van onbebouwde grond die geen bouwterrein is, is in principe vrijgesteld. Partijen kunnen kiezen voor een belaste levering, mits de koper het gekochte in het boekjaar van levering en het jaar daarna voor minimaal 90% gebruikt voor belaste activiteiten. Voor werkgeversorganisaties, makelaars, reisbureaus, arbodiensten, postvervoersbedrijven en publieke omroepen geldt 70%.

Opteren voorkomt dat de verkoper zijn aftrek deels moet herzien bij een levering binnen de herzieningstermijn, of zorgt ervoor dat hij een extra deel van de aanschaf-btw terugkrijgt. De koper moet binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het jaar van levering een verklaring sturen aan verkoper en inspecteur waarin hij aangeeft of aan het criterium is voldaan.

Moet u in 2023 zo'n verklaring afgeven, noteer dat dan alvast als actiepunt. Moet u er juist een ontvangen, noteer dan wanneer de vierwekentermijn verstrijkt, zodat u de koper kunt herinneren als hij in gebreke blijft.

Kiest u voor een belaste levering, kom dan expliciet met de koper overeen dat hij eventueel nageheven herzienings-btw, inclusief rente en boete, volledig aan de verkoper vergoedt. Zonder die afspraak loopt de verkoper het risico op een naheffing terwijl het niet voldoen aan de voorwaarden aan de koper te wijten is.

Optie belaste verhuur

Verhuur van onroerende goederen is in principe vrijgesteld. Partijen kunnen opteren voor belaste verhuur, mits de huurder het gehuurde voor minimaal 90% (of 70% voor de genoemde branches) gebruikt voor belaste activiteiten. Voldoet de huurder in enig jaar niet meer, dan is de verhuur vrijgesteld, wat gevolgen kan hebben voor de eerder afgetrokken btw. Daarop bestaat een uitzondering als het onvoldoende aftrekgerechtigde gebruik redelijkerwijs niet voorzienbaar en incidenteel was.

Hebt u in 2022 gehuurd met een optie voor belaste verhuur, ga dan na of u aan het criterium hebt voldaan. Zo niet, dan moet u dat binnen vier weken na afloop van uw boekjaar melden aan verhuurder én Belastingdienst in een door u ondertekende verklaring.

Duidelijkheid over in-wezen-nieuwbouw

De levering van gebouwen is belast wanneer die plaatsvindt tot uiterlijk twee jaar na de eerste ingebruikneming. Er is weer sprake van een nieuw gebouw wanneer door een ingrijpende verbouwing een vervaardigd goed is voortgebracht, oftewel in wezen nieuwbouw.

In november 2022 gaf de Hoge Raad daarover duidelijkheid: alleen wijzigingen in de bouwkundige constructie zijn van belang, waaronder vervanging van een deel daarvan. Of daarvan sprake is moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden, en volgens de Hoge Raad zal dat niet snel het geval zijn. Andere factoren, zoals functiewijziging, bouwkundige identiteit, de omvang van de investeringen en de gerealiseerde meerwaarde, kunnen aanwijzingen zijn, maar zijn niet noodzakelijk en ook niet doorslaggevend.

Tarief

Nultarief voor zonnepanelen op of bij woningen

Vanaf 1 januari 2023 geldt een nultarief voor de levering of installatie van zonnepanelen op of bij woningen. Onder woning valt ook een bijbehorende garage, aanbouw of schuurtje, en ook de aankoop door een VvE voor een appartementencomplex valt eronder.

De maatregel beoogt vooral de administratieve lasten van de Belastingdienst en van particuliere zonnepaneelhouders te verminderen. Er is immers geen btw meer die particulieren kunnen terugvragen, en omdat de meesten met hun teruglevering onder de registratiedrempel blijven, kan registratie achterwege blijven.

Verhoging overdrachtsbelasting

Het algemene tarief van 8% wordt per 1 januari 2023 verhoogd naar 10,4%. Dat geldt voor de verkrijging van alle niet-woningen, zoals kantoren en bedrijfsruimte, en voor woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gebruikt. Vooral vastgoedbeleggers worden daardoor zwaarder belast.

Internationale goederentransacties

Facturen bij de vereenvoudigde ABC-regeling

Bij ABC-transacties waarbij de goederen rechtstreeks van leverancier A in de ene lidstaat naar afnemer C in een andere lidstaat gaan, kan onder voorwaarden de vereenvoudigde ABC-regeling worden toegepast als tussenhandelaar B geen btw-nummer heeft in de lidstaat van C.

Die regeling houdt in dat B geen intracommunautaire verwerving hoeft aan te geven in de lidstaat van bestemming, en evenmin tegen een nummerverwerving aanloopt in de lidstaat van het nummer waaronder hij van A afnam. Daarnaast wordt de btw in de lidstaat van C verlegd naar C, zodat B zich daar niet hoeft te registreren.

Het Hof van Justitie oordeelde recent dat de regeling alleen kan worden toegepast als op de factuur van B aan C "btw verlegd" staat. Die lijn is strikter dan het huidige beleid van de Belastingdienst, dus neem die vermelding voortaan op.

Aftrek van voorbelasting

Herziening aftrek algemene kosten

Een ondernemer die goederen of diensten gebruikt voor zowel vrijgestelde als belaste prestaties kan in principe maar een deel van de btw aftrekken. Bij ingebruikneming moet de afgetrokken btw worden herzien aan de hand van de gegevens van dat tijdvak, op basis van omzetverhouding of werkelijk gebruik. Aan het eind van het boekjaar volgt nogmaals een volledige herziening op basis van de gegevens over het hele jaar.

Te weinig afgetrokken btw claimt u alsnog in rubriek 5b van de laatste aangifte van het jaar. Te veel afgetrokken btw neemt u daar als negatief bedrag op en betaalt u terug.

Past u de omzetverhouding toe, dan mag u het percentage naar boven afronden: 8,1% wordt dus 9%.

Herziening aftrek investeringsgoederen

De aftrek is in beginsel definitief na de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming. Voor investeringsgoederen loopt daarna een herzieningstermijn van negen jaar voor onroerende goederen en vier jaar voor roerende investeringsgoederen, dus roerende goederen waarop voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting wordt of zou kunnen worden afgeschreven. Bij herziening wordt getoetst of de mate van aftrek aan het eind van het jaar van ingebruikneming overeenstemt met het gebruik in de jaren daarna.

Anders dan bij de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming wordt bij afwijking in latere jaren niet het hele bedrag gecorrigeerd, maar alleen het deel dat aan dat jaar toerekenbaar is: een tiende bij onroerende goederen en een vijfde bij roerende. Wijzigt het gebruik van een onroerend goed in jaar 5 van volledig belast naar volledig vrijgesteld, dan moet vanaf dat jaar telkens een tiende van de eerder afgetrokken btw worden gecorrigeerd.

Herziening blijft achterwege als het bedrag dat op basis van de herzieningsregels voor aftrek in aanmerking komt niet meer dan 10% afwijkt van het bedrag dat in aftrek is gebracht. Die 10%-regel geldt zowel bij een terug te vragen als bij een te betalen bedrag.

Privégebruik zakelijke auto

Bij privégebruik, inclusief woon-werkverkeer, van een auto van de zaak door de ondernemer, maten of firmanten of personeel in 2022 moet in de laatste aangifte van het jaar 21% btw worden betaald over de uitgaven daarvoor. Dat bedrag komt in rubriek 1d.

Is geen kilometeradministratie bijgehouden, dan is 2,7% van de catalogusprijs inclusief btw en bpm verschuldigd. Daarop bestaan uitzonderingen:

  • zijn er na het jaar van ingebruikneming vier jaren verstreken, dan geldt 1,5%
  • is de auto zonder btw aangeschaft, dan geldt eveneens 1,5%
  • heeft uitsluitend woon-werkverkeer plaatsgevonden
  • wordt een eigen bijdrage voor het privégebruik betaald

De heffing vindt tijdsevenredig plaats. Een aftrekgerechtigde ondernemer die een auto met btw kocht en op 1 juli 2022 in gebruik nam, kan dus volstaan met 6/12 × 2,7% × catalogusprijs.

Zakelijk gebruik privéauto

Een eenmansondernemer die zijn privéauto zakelijk gebruikt heeft recht op aftrek van de btw op gebruiks- en onderhoudskosten, voor zover hij belaste prestaties verricht. Ontbreekt een kilometeradministratie waaruit het privégebruik blijkt, dan is goedgekeurd dat de aftrek naar rato van het verwachte privégebruik wordt beperkt. Is dat verwachte gebruik niet bekend, dan moet worden uitgegaan van een zo nauwkeurig mogelijke schatting op basis van objectief vast te stellen feiten, waaronder ervaringsgegevens.

Hij mag ook de btw volledig aftrekken en in rubriek 1d van de laatste aangifte een correctie van 1,5% van de catalogusprijs aangeven. Dat is echter alleen toegestaan als uit de administratie niet blijkt in welke mate de auto privé is gebruikt.

Privégebruik investeringsgoederen

Heeft een ondernemer een investeringsgoed dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt volledig tot zijn ondernemingsvermogen gerekend en de btw volledig afgetrokken, dan moet hij in de laatste aangifte over 2022 een heffing over het privégebruik aangeven, in rubriek 1d. De maatstaf wordt gevormd door de voor de dienst gemaakte uitgaven, en de heffing vindt tijdsevenredig plaats.

Er bestaat onderscheid tussen kosten voor verwerving of vervaardiging en kosten voor onderhoud en verbetering.

Voor verwervings- of vervaardigingskosten moeten de aan het privégebruik toerekenbare kosten worden bepaald op basis van het werkelijke privégebruik. Die kosten worden uitgesmeerd over vijf jaar bij roerende en tien jaar bij onroerende investeringsgoederen, waarbij het jaar van ingebruikneming meetelt als eerste jaar. De ondernemer kiest een methode die het werkelijke privégebruik aannemelijk maakt, bijvoorbeeld op basis van oppervlakte of van dagen, nachten of uren, en moet daarbij de methode kiezen die daar het meest bij aansluit.

Voor onderhouds- en verbeteringskosten gelden dezelfde regels, maar het privégebruik daarvan wordt volledig belast in het jaar van gebruik.

Voor onroerende goederen die vanaf 2011 volledig tot het ondernemingsvermogen zijn gerekend vindt aftrek plaats naar rato van het verwachte zakelijke gebruik. Wijzigingen daarin worden gecorrigeerd op dezelfde wijze als bij wijzigingen tussen belast en vrijgesteld gebruik.

Privégebruik van diensten

Heffing over privégebruik van diensten speelt volgens de staatssecretaris bij extern met btw ingekochte diensten zonder vergoeding, en bij intern door de ondernemer zelf verrichte diensten. Denk aan een schoonmaakbedrijf dat zijn personeel de privéwoning van de ondernemer of van personeelsleden laat schoonmaken. De btw is verschuldigd over de aan het privégebruik toerekenbare kosten en komt in rubriek 1d van de laatste aangifte.

Kantineverstrekkingen aan personeel

Het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel leidt tot een aftrekcorrectie als de kosten van personeelsvoorzieningen per personeelslid meer bedragen dan € 227. Blijven de kosten exclusief spijzen en dranken onder dat bedrag, dan wordt uitsluitend de aftrek op de kantineverstrekkingen gecorrigeerd.

Het totaal wordt als volgt berekend:

Post Bedrag
Kostprijs spijzen en dranken exclusief btw € ...
Opslag 25% € ...
Theoretische omzet € ...
Werkelijke omzet inclusief btw € ...
Verschil € ...
Gedeeld door het aantal personeelsleden € ...

Het verschil tussen theoretische en werkelijke omzet is het bedrag dat voor het personeel is uitgegeven. Gedeeld door het aantal personeelsleden geeft dat de bevoordeling per persoon, die wordt opgeteld bij eventuele overige personeelsverstrekkingen en getoetst aan de grens van € 227. Blijft het totaal daaronder, dan volgt geen correctie. Wordt de grens overschreden, dan moet de aftrek worden gecorrigeerd met 9% btw maal het verschil.

Teruggaaf van btw

Oninbare vorderingen

De btw over oninbare vorderingen vraagt u terug in de aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat uw klant niet meer betaalt. Terugvragen kan in ieder geval uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur. Het bedrag vult u als negatieve omzet en negatieve btw in bij vraag 1a of 1b.

Ambtshalve teruggaaf

Is in het verleden ten onrechte of te veel btw voldaan, of te weinig afgetrokken, dan kunt u de inspecteur via een suppletieaangifte vragen die btw ambtshalve terug te geven. Bij ten onrechte gefactureerde btw die de afnemer in aftrek kan hebben gebracht, kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen, zoals het uitreiken van een herstelfactuur zonder btw en het uitschakelen van het gevaar van verlies van belastinginkomsten.

Kleineondernemersregeling

De kleineondernemersregeling houdt in dat een kleine ondernemer die in Nederland is gevestigd, woont of een vaste inrichting heeft, kan kiezen voor een btw-vrijstelling zonder recht op aftrek. Het is geen verplichting. Aangiften zijn dan niet nodig en de administratie is beperkt. De omzet mag in een kalenderjaar niet hoger zijn dan € 20.000.

Hebt u de regeling het afgelopen jaar toegepast, ga dan na of u die grens hebt overschreden. De regeling staat ook open voor rechtspersonen zoals verenigingen, stichtingen en B.V.'s.

Wie voldoet aan de voorwaarden mag de regeling vanaf 1 januari 2023 toepassen, mits hij zich uiterlijk vier weken daarvoor heeft aangemeld. Te laat aangemeld betekent toepassing pas vanaf het eerstvolgende kwartaal, dus 1 april 2023. Bij een keuze voor de regeling geldt die minstens drie jaar, tenzij u eerder boven € 20.000 uitkomt.

Toepassing leidt niet tot herziening van eerder genoten aftrek op investeringsgoederen, bijvoorbeeld zonnepanelen, wanneer de herzieningscorrectie in het jaar minder dan € 500 bedraagt.

Vrijwillige registratiedrempel

Voor zeer kleine ondernemers die nog niet geregistreerd zijn en een jaaromzet van maximaal € 1.800 hebben, is goedgekeurd dat zij de regeling mogen toepassen ook zonder aanmelding. Die drempel is onder meer bedoeld voor starters en voor de koper van een bestaande woning waarop de vorige eigenaar zonnepanelen heeft laten aanbrengen. Komt de ondernemer boven de drempel, dan moet hij zich alsnog registreren en kan hij zich eventueel aanmelden. De drempel werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Margeregeling en reisbureauregeling

Een wederverkoper van margegoederen of een reisbureau dat de winstmarge niet per transactie maar per tijdvak vaststelt, de globalisatieregeling, moet na afloop van 2022 de winstmarges van alle tijdvakken salderen en de jaarwinstmarge vaststellen. De wederverkoper doet dat per goederensoort, dus afzonderlijk voor goederen onder het tarief van 9% en die onder 21%.

Blijkt uit de jaarwinstmarge dat minder btw verschuldigd is dan op aangifte is voldaan, dan kan de te veel voldane btw met een schriftelijk verzoek worden teruggevraagd in het eerste tijdvak na afloop van 2022. De inspecteur stelt het bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Is de jaarwinstmarge negatief, dan ontvangt de wederverkoper of het reisbureau op verzoek alle in 2022 voldane btw ter zake van margeverkopen terug. Verzoek de inspecteur daarnaast schriftelijk de jaarwinstmarge op het negatieve bedrag vast te stellen. Het voordeel daarvan is dat die mag worden verrekend met de positieve jaarwinstmarge van 2023, voor de wederverkoper opnieuw per goederensoort.

Buitenlandse btw

Teruggaaf Britse btw vóór 31 december 2022

Tot 31 december 2022 kunt u nog Britse btw terugvragen over de periode 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022. Sinds 2021 kan dat niet meer via het elektronische portaal, maar moet het verzoek schriftelijk worden ingediend bij HMRC met het formulier VAT65A.

Teruggaaf buitenlandse btw

Buitenlandse btw die u in 2022 in een andere EU-lidstaat hebt betaald, moet uiterlijk op 30 september 2023 worden teruggevraagd via het portaal van de Belastingdienst. Noteer die datum alvast. De Belastingdienst stuurt het verzoek door naar de lidstaat die de teruggaaf moet verlenen.

Het berekenen van de btw die voor teruggaaf in aanmerking komt vergt kennis van de lokale regels. Niet zorgvuldig ingediende verzoeken leiden tot nadere vragen en dus tot vertraging. Bovendien wordt een verzoek geweigerd als u voor een levering of dienst in die lidstaat een btw-nummer had moeten aanvragen.

Btw-aangifte

Pas zo nodig de aangiftetermijn aan

Aangifte per kwartaal in plaats van per maand levert een financieringsvoordeel op wanneer u per kwartaal per saldo btw moet betalen. Hebt u per kwartaal juist recht op teruggaaf, bijvoorbeeld door leveringen of diensten met 0% btw of diensten aan buitenlandse afnemers, dan is maandaangifte aantrekkelijker: u beschikt dan sneller over de terug te ontvangen btw.

Suppletieaangifte

Blijkt in 2022 dat over de periode 2017 tot en met 2022 te weinig btw is voldaan, dan moet u de onjuiste aangiften herstellen met een suppletieaangifte, op straffe van een vergrijpboete van maximaal 100%. De suppletie wordt elektronisch ingediend in de beveiligde omgeving. Een correctie van de laatst ingediende aangifte tot € 1.000 mag in de laatste aangifte over 2022 worden verwerkt.

De Belastingdienst controleert jaarrekeningen op openstaande btw-schulden. Staat er in uw jaarrekening zo'n schuld en dient u geen suppletie in, dan loopt u het risico op een forse vergrijpboete.

Een suppletie kan leiden tot een verzuimboete wanneer zij dient om eerder te laag berekende en voldane btw te herstellen. Bij vrijwillige indiening legt de inspecteur geen vergrijpboete op. Ook een verzuimboete blijft achterwege als de verschuldigde btw € 20.000 of minder bedraagt, of minder dan 10% van het eerder over dat tijdvak betaalde bedrag. In andere gevallen bedraagt de verzuimboete 5% van het verschuldigde bedrag, met een maximum van € 5.514. Bij afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt mag geen verzuimboete worden opgelegd.

Administratie

Boeken, bescheiden en andere gegevensdragers moeten normaal gesproken zeven jaar worden bewaard. Die plicht geldt voor het grootboek, facturen van debiteuren en crediteuren, voorraadgegevens, de in- en verkoopadministratie en dergelijke. Voor gegevensdragers over onroerende goederen geldt negen jaar na het jaar van ingebruikneming. Een digitaal platform als Amazon dat verkopen aan niet-ondernemers binnen de EU faciliteert moet de boekhouding daarvan tien jaar bewaren na afloop van het jaar van verkoop. Of het om papieren of elektronische dragers gaat maakt niet uit.

Oude administratie waarvoor de bewaartermijn is verstreken kunt u vernietigen, tenzij over die jaren nog een bezwaar- of beroepsprocedure loopt.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.