ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Hoge Raad: geen btw-vrijstelling voor winstbeogende schuldhulpverlener

25 april 2023 5 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

De verruiming van de sociale vrijstelling tot commerciële instellingen is volgens de Hoge Raad in strijd met de wet. Een pijnlijke uitkomst, die de staatssecretaris snel heeft gerepareerd.

De Wet OB kent een btw-vrijstelling voor aangewezen leveringen of diensten van sociale aard, mits de ondernemer geen winst beoogt en er door de vrijstelling geen concurrentieverstoring optreedt met ondernemers die dat wel doen. Die aanwijzing is uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

Op grond van post b.29 zijn leveringen en diensten door instellingen van maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk vrijgesteld. Post b.33 doet hetzelfde voor prestaties van instellingen voor schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling. In de algemene aantekening bij bijlage B staat dat de in die posten genoemde ondernemers de vrijstelling ook mogen toepassen als zij winst beogen.

De Hoge Raad

De Belastingdienst hanteerde het beleid dat de vrijstelling voor schuldhulpverlening alleen geldt voor werkzaamheden gericht op het oplossen van een problematische schuldsituatie. Werkzaamheden als budgetbeheerder, beschermingsbewindvoerder of curator waren volgens haar belast met 21% btw. Dat beleid werd in maart 2016 openbaar na een verzoek om openbaarmaking. Rechtbanken en hoven oordeelden verschillend over die strikte uitleg: Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde haar, terwijl Hof Den Haag oordeelde dat ook beschermingsbewind eronder kan vallen.

De Hoge Raad oordeelt echter dat de verruiming van de vrijstelling tot commerciële instellingen in het Uitvoeringsbesluit in strijd is met de Wet OB en daarom buiten toepassing moet blijven. Een commerciële ondernemer, zoals een eenmanszaak of B.V., heeft dus hoe dan ook geen recht op de sociale vrijstelling. Een beroep op het vertrouwensbeginsel gaat volgens de Hoge Raad niet op, omdat dat beginsel alleen geldt voor uitlatingen van een bestuursorgaan.

Ten overvloede geeft de Hoge Raad wel uitleg over de posten zelf. Schuldhulpverlening ziet ook op werkzaamheden ter voorkoming van problematische schulden, ook als de betrokkene die niet eerder heeft gehad, dus ook op preventieve hulpverlening. Beschermingsbewind en curatele vallen niet onder schuldhulpverlening, maar hangen wel nauw samen met maatschappelijk werk en vallen daarom onder post b.29, mits de instelling blijk geeft van een duurzaam sociaal engagement.

Een lacune in de rechtsbescherming

Het wrange voor de betrokken ondernemers is dat zij van de Hoge Raad horen dat de Belastingdienst een te strikte uitleg hanteerde, maar dat zij door een fout van de wetgever toch geen gelijk krijgen.

Wij hebben moeite met die beslissing. Een van de kerntaken van de Hoge Raad is het bieden van rechtsbescherming, en die laat hij hier na tegenover een fout van de wetgever, terwijl hij daartoe naar onze mening wel de mogelijkheid had. Uit het in 2016 openbaargemaakte beleid volgt immers dat de vrijstelling ook geldt voor ondernemers die winst beogen, en op de website van de Belastingdienst staat expliciet dat de eis van het ontbreken van winstoogmerk niet geldt voor deze instellingen. Op basis van dat beleid en die voorlichting had bescherming op grond van het vertrouwensbeginsel kunnen worden geboden.

Ook het rechtszekerheidsbeginsel bood die mogelijkheid. Op grond daarvan beschermt de Hoge Raad een ondernemer immers ook wanneer hij zelf omgaat in diens nadeel: die mag dan tot en met het tijdvak waarin dat gebeurt uitgaan van de oude, gunstiger uitleg. Dat een arrest geen uitlating van een bestuursorgaan is maar van een rechter, vormde in het verleden geen belemmering. Waarom op basis van een uitlating van de wetgever geen bescherming zou kunnen worden geboden, is ons onduidelijk.

Reparatie

Gelukkig heeft de staatssecretaris snel gereageerd met een beleidsbesluit op grond waarvan de in de algemene aantekening genoemde commerciële ondernemers de vrijstelling mogen blijven toepassen. Daarin staat dat op het verleden niet wordt teruggekomen, waarmee het naheffingsrisico vanaf 2018 is afgewend. De wetgever zal de tekst van de Wet OB moeten aanpassen zodat het Uitvoeringsbesluit daarmee niet langer in strijd is.

Wie de vrijstelling niet wil toepassen, kan conform het arrest 21% btw berekenen. Voor commerciële schuldhulpverleners is toepassing normaal gesproken echter voordeliger: er bestaat dan geen recht op aftrek, maar die niet-aftrekbare btw zal doorgaans lager zijn dan 21% btw uit de omzet.

Wat moet u doen?

Bent u een commerciële ondernemer in de schuldhulpverlening en wilt u de vrijstelling toepassen, breng dan eerst in kaart welke van uw werkzaamheden daarvoor in aanmerking komen op basis van de uitleg van de Hoge Raad.

Let op: toepassing kan leiden tot correcties van eerder genoten aftrek op investeringsgoederen zoals auto's of computers, of op andere goederen en diensten waarvan de herzieningstermijn nog niet is verstreken. Huurt u een pand met btw, dan wordt die verhuur vrijgesteld. Normaal gesproken leidt dat op grond van de afspraken met de verhuurder tot een huurverhoging, omdat hij zijn recht op aftrek verliest en mogelijk eerder afgetrokken btw deels moet corrigeren. Die verhoging kan fors zijn.

Deze voorbeelden laten zien hoe belangrijk het is u goed te laten adviseren voordat u kiest.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.