Internetconsultatie platformfictie kortetermijnverhuur en passagiersvervoer
Het conceptwetsvoorstel dat de platformfictie invoert voor kortetermijnverhuur en passagiersvervoer over de weg is ter consultatie aangeboden. Wij reageerden op drie punten die de praktijk raken.
ViDA
Op 11 maart 2025 heeft de Raad het pakket VAT in the Digital Age (ViDA) aangenomen. Een van de onderdelen is de invoering van de platformfictie voor kortetermijnverhuur van accommodatie en passagiersvervoer over de weg per 1 juli 2028. Die maatregel moet voorkomen dat personen die geen btw-ondernemer zijn of de kleineondernemersregeling (KOR) toepassen en die via een platform als Airbnb, Uber of Bolt accommodatie verhuren of vervoer aanbieden, hierover geen btw verschuldigd zijn, terwijl hotels, pensions en taxibedrijven over soortgelijke diensten wel btw afdragen.
Om die concurrentieverstoring weg te nemen geldt vanaf 1 juli 2028 kort gezegd het volgende: de niet-btw-plichtige aanbieder verricht de dienst aan het platform en het platform verricht die dienst vervolgens aan de uiteindelijke huurder of passagier. Over de dienst aan het platform is de verhuurder of chauffeur geen btw verschuldigd, maar het platform is dat wel over de dienst aan de uiteindelijke afnemer.
Internetconsultatie
Het wetsvoorstel dat dit onderdeel implementeert is ter internetconsultatie aangeboden. Wij hebben daarop gereageerd. Hieronder de drie belangrijkste punten uit onze reactie. Alle reacties zijn te raadplegen via internetconsultatie.nl.
Afwijkende terminologie. Nederland kiest voor kortetermijnverhuur een term die afwijkt van de Btw-richtlijn: onroerende zaken in plaats van accommodatie. Daardoor verschilt de reikwijdte van de platformfictie in het voorstel van die in de richtlijn. Naar onze mening biedt de richtlijn geen grondslag voor toepassing op de kortetermijnverhuur van kampeerplekken (wel onroerende zaken, maar geen accommodatie), terwijl uit de richtlijn evenmin blijkt dat de fictie beperkt is tot onroerende accommodaties.
Uitzondering voor de KOR bij vervoer. Nederland maakt gebruik van de mogelijkheid de platformfictie niet toe te passen wanneer een ondernemer die de KOR toepast passagiersvervoer over de weg via een platform aanbiedt. Als reden wordt gegeven dat daarbij in Nederland geen sprake is van concurrentieverstoring. Een onderbouwing ontbreekt. Die is naar onze mening wel nodig om bij de parlementaire behandeling een afgewogen beslissing te kunnen nemen.
Beperking tot 30 nachten. Voorgesteld wordt de btw-belaste verhuur van accommodatie (vanaf 1 januari 2026 21% btw) en kampeerplekken (9% btw) vanaf 1 juli 2028 te beperken tot een aaneengesloten periode van 30 nachten. Verhuur voor een langere periode, zoals een seizoensplek op een camping, een extended stay in een hotel of een ingerichte kamer voor een buitenlandse student, wordt daarmee vrijgesteld. Het ViDA-pakket dwingt daar niet toe.
Een vrijstelling betekent dat de btw op de toerekenbare kosten niet aftrekbaar is en dat de btw op algemene kosten gesplitst moet worden in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. Daarnaast leidt zij vanaf 1 juli 2028 tot herzieningsverplichtingen voor investeringsgoederen en -diensten. Naar onze mening is deze maatregel onwenselijk, omdat hij tot aanzienlijke uitvoeringslasten leidt voor zowel de logies- en kampeersector als de Belastingdienst.
Het Ministerie van Financiën is nu aan zet om aan de hand van de reacties te bezien of het conceptwetsvoorstel moet worden aangepast. Wij volgen deze ontwikkelingen op de voet.