Is een stichting die geen ondernemer is btw-plichtig over aankopen binnen de EU?
Een kerkgenootschap koopt banken in Luxemburg en beelden in Italië, en hoopt te profiteren van lagere buitenlandse tarieven. Dat pakt anders uit dan gedacht.
Casus
Een stichting is actief als kerkgenootschap en eigenaar van een gebouw met een kerkzaal en enkele aparte ruimtes. De kerkzaal wordt gebruikt voor kerkdiensten, de aparte ruimtes worden gratis ter beschikking gesteld voor vergaderingen en hobbyverenigingen. Alle kosten worden gedekt door giften van bezoekers en gebruikers en door enkele algemene subsidies.
De kerkzaal wordt opnieuw ingericht met nieuwe banken en een aantal beelden van Bijbelse figuren. De banken worden in Luxemburg gekocht, de beelden worden gemaakt door een in Italië gevestigde kunstenaar. De totale investering bedraagt € 150.000.
Vraag
Moet de stichting buitenlandse btw betalen aan de leverancier van de banken en aan de kunstenaar, of is Nederlandse btw verschuldigd?
Uitwerking
De Btw-richtlijn en de Wet OB bepalen welke transacties belast zijn. Een daarvan is de intracommunautaire verwerving: de aankoop van goederen onder bezwarende titel in een andere lidstaat door een als zodanig handelende ondernemer én door rechtspersonen, andere dan ondernemers. Zo'n verwerving is belast in het land waar de goederen aankomen.
Een ondernemer heeft normaliter een actief btw-nummer waaronder hij goederen in de EU kan aankopen. Met dat geldige nummer kan de leverancier het nultarief toepassen. De koper geeft de verwerving in zijn Nederlandse aangifte aan, draagt daarover btw af tegen het Nederlandse tarief en trekt die btw direct weer af, voor zover hij belaste activiteiten verricht.
Heeft de afnemer geen geldig btw-nummer, dan kan de leverancier het nultarief niet toepassen. De stichting had bedacht dat de leveranciers dan btw van hun eigen land in rekening zouden brengen: 17% in Luxemburg en 10% in Italië. Bij de kerkbanken zou dat vier procentpunten schelen.
Maar juist door de woorden "door rechtspersonen, andere dan ondernemers" is het de stichting die in Nederland btw moet aangeven. De kerkbanken zijn dan belast met 21% in plaats van 17%, de beelden met 9% in plaats van 10%. De stichting zal een Nederlands btw-nummer moeten activeren en de verschuldigde btw aangeven. Omdat zij geen belaste activiteiten verricht heeft zij geen recht op aftrek, zodat de aangifte tot een betaling leidt.
Let op: zouden de aankopen op jaarbasis niet meer dan € 10.000 bedragen, dan valt de stichting niet onder het belastbare feit intracommunautaire verwerving. De leveranciers zijn dan echter zelf in Nederland btw verschuldigd op grond van de e-commerceregels die per 1 juli 2021 gelden. Verkopen aan niet-ondernemers zijn sindsdien belast in het land van de koper, en leveranciers betalen alleen btw in de lidstaat van verzending als zij zelf voor niet meer dan € 10.000 per jaar aan zulke grensoverschrijdende verkopen doen. Zij kunnen de Nederlandse btw dan via de One Stop Shop afdragen.
Praktijkbelang
Deze casus laat zien dat rechtspersonen die geen btw-ondernemer zijn toch Nederlandse btw verschuldigd kunnen zijn. Profiteren van lagere buitenlandse tarieven lukt dus niet. Dat komt niet alleen doordat zij onder het belastbare feit van de intracommunautaire verwerving vallen, maar ook doordat op grond van de e-commerceregels uiteindelijk in de meeste gevallen Nederlandse btw op de aankopen drukt.
Vooral financiële dienstverleners die zulke rechtspersonen bijstaan, zoals administratiekantoren, accountants, belastingadviseurs en subsidieadviseurs, moeten hiermee rekening houden.