Klassieker: het Card Protection Plan-arrest
Wanneer vormen meerdere prestaties samen één samengestelde prestatie met één tarief? Het Hof van Justitie gaf in 1999 met het CPP-arrest de handvatten die de praktijk nog steeds gebruikt.
Een samengestelde prestatie wordt gevormd door meerdere prestaties die in beginsel tegen verschillende tarieven belast zijn. Toch worden zij voor de btw gezamenlijk als één prestatie gezien en tegen eenzelfde tarief belast.
De casus
CPP bood houders van kredietkaarten tegen betaling een plan aan ter bescherming tegen financiële schade en ongemak bij verlies of diefstal van hun kredietkaarten en van een aantal andere voorwerpen, zoals autosleutels, een paspoort of verzekeringsdocumenten.
Feitelijk werden twee diensten verricht: een btw-vrijgestelde verzekeringsdienst en een btw-belaste kaartregistratiedienst. Die kunnen apart in de heffing worden betrokken, of gezamenlijk als sprake is van een samengestelde prestatie.
Het oordeel
Het Hof geeft aan dat bij de beoordeling of één of meerdere prestaties worden verricht rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, en dat er geen eenduidige oplossing bestaat die op alle gevallen past. Dat één prijs in rekening wordt gebracht is niet beslissend.
Iedere prestatie moet normaal gesproken als onderscheiden en zelfstandig worden beschouwd. Wordt economisch bezien echter één prestatie verricht, dan mag die niet kunstmatig uit elkaar worden gehaald. Om vast te stellen of er één of twee prestaties zijn, moet de prestatie vanuit het oogpunt van de modale consument worden bekeken. Zo'n ondeelbare prestatie wordt ook wel een prestatie sui generis genoemd.
Daarnaast geldt: is een bijkomende prestatie voor klanten geen doel op zich maar alleen een middel om de hoofdprestatie aantrekkelijker te maken, dan is sprake van een samengestelde prestatie. De bijkomende prestatie volgt dan het fiscale lot van de hoofdprestatie. Die redenering ontleent het Hof aan het eerdere arrest Madgett en Baldwin uit 1998.
Een praktijkvoorbeeld
Een eenvoudig voorbeeld is het bezorgen van producten. Een bezorgdienst is doorgaans belast met 21% btw. Worden producten bezorgd die onder het lage tarief vallen, dan is de bezorging een bijkomende dienst en geen doel op zich. Zij volgt dan het fiscale lot van de hoofdprestatie.
De uitgangspunten uit CPP zijn verwerkt in onderdeel 3.2 van het Besluit Toelichting Tabel 1, waarin het leerstuk van de samengestelde prestatie is uitgewerkt.
Levert een ondernemer meerdere prestaties die in beginsel onder verschillende tarieven vallen tegen één prijs, dan is het van belang de afdracht juist vast te stellen.