ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Klassieker: het Zita Modes-arrest

4 juli 2024 3 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Bij de overdracht van een onderneming hoeft geen btw te worden berekend. In 2003 gaf het Hof van Justitie met Zita Modes verdere invulling aan dat niet-leveringsbeginsel.

Draagt een ondernemer zijn onderneming over, dan is het uitgangspunt dat hij met ieder vermogensbestanddeel een afzonderlijke levering of dienst verricht. Voor iedere levering en dienst zou dan een prijs moeten worden bepaald en btw moeten worden berekend. Om dat te voorkomen heeft de richtlijngever met de artikelen 19 en 29 van de Btw-richtlijn een bijzondere regeling ingevoerd, ook wel het niet-leveringsbeginsel genoemd. Nederland past die regeling toe en heeft haar vastgelegd in artikel 37d Wet OB.

Feiten en omstandigheden

In Zita Modes ging het om de verkoop van een confectiekledingzaak door Zita Modes Sàrl aan Milady, een vennootschap die een parfumerie exploiteerde. De Luxemburgse belastingdienst stelde dat de verkoop aan btw was onderworpen, omdat de koper de activiteit van de overdrager niet als zodanig voortzette.

De Luxemburgse rechter vroeg het Hof van Justitie of voor het niet-leveringsbeginsel is vereist dat de overnemer dezelfde bedrijfsactiviteiten voortzet, en of hij een specifieke vergunning voor die activiteiten moet hebben. Ook werd gevraagd of bij de overdracht van een algemeenheid van goederen altijd het hele bedrijf of een deel daarvan moet worden overgedragen.

De rechtsregel

Het Hof gaf aan dat het begrip overgang van een algemeenheid van goederen in elke lidstaat hetzelfde moet worden uitgelegd. Kiest een lidstaat ervoor bij de overdracht van een onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan geen btw in rekening te brengen, dan geldt dat voor elke overdracht van een bedrijf dat een autonome economische activiteit kan voortzetten. Voorwaarde is dat de nieuwe eigenaar van plan is de onderneming voort te zetten en niet direct te liquideren. Een lidstaat mag het beginsel bovendien niet beperken tot gevallen waarin de nieuwe eigenaar een specifieke vestigingsvergunning heeft voor de overgedragen activiteiten.

Gevolgen voor de praktijk

Draagt een Nederlandse btw-ondernemer een onderneming of een deel daarvan over waarmee een economische activiteit kan worden uitgeoefend, dan kan artikel 37d Wet OB mogelijk worden toegepast. De activiteit die na de overdracht wordt verricht hoeft niet dezelfde te zijn als daarvoor.

Toepassing van dat artikel voorkomt financieringsproblemen die ontstaan wanneer bij de overdracht btw moet worden berekend en afgedragen terwijl de overnemer de prijs pas later betaalt. Het scheelt ook administratieve inspanning, omdat niet iedere levering en dienst afzonderlijk op btw-gevolgen hoeft te worden beoordeeld. Een ander voordeel: gaat het om een onderneming met vrijgestelde activiteiten, dan hoeft geen btw te worden berekend die de voortzettende ondernemer niet kan aftrekken.

Overdracht van verhuurde gebouwen

Momenteel lopen procedures over de overdracht van verhuurde gebouwen, waarbij de discussie zich richt op de vraag of die overdrachten zijn te beschouwen als een algemeenheid van goederen en diensten, dan wel simpelweg als een verkoop van goederen of voorraad. De uitkomst zal belangrijke gevolgen hebben voor de vastgoedsector en voor de toepassing van artikel 37d bij zulke transacties.

Bent u van plan uw onderneming over te dragen, stel dan vast of artikel 37d kan worden toegepast. Dat voorkomt niet-aftrekbare btw, financieringsproblemen en onnodige administratie.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.