ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Pauzedrankjes in het theater: een wijntje met 9% btw

2 november 2023 3 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het in de entreeprijs begrepen alcoholische pauzedrankje een bijkomende prestatie is die het tarief van de voorstelling volgt. Er zitten wel haken en ogen aan.

Inleiding

Drie theaters gingen in hoger beroep omdat zij het niet eens waren met het standpunt van de Belastingdienst dat zij het verlaagde tarief niet mochten toepassen op alcoholische pauzedrankjes. De verkoop van alcoholhoudende dranken is normaliter belast tegen 21%. De theaters vonden dat het verlaagde tarief moest gelden, omdat het pauzedrankje bijkomend is aan de voorstelling.

Casus

De theaters verkopen toegangskaartjes voor voorstellingen en concerten. Die kaartjes geven naast toegang ook recht op het gebruik van de bewaakte garderobe en op een pauzedrankje, en omvatten de administratiekosten.

De Belastingdienst meende dat over de alcoholhoudende pauzedrankjes 21% btw verschuldigd is: het verstrekken daarvan is een zelfstandig te onderscheiden prestatie, en bovendien is de verstrekking van alcoholische dranken expliciet van het verlaagde tarief uitgezonderd in tabel 1, post b.12 van de Wet OB.

De theaters stellen dat het pauzedrankje geen doel op zich vormt, maar waarde en genot toevoegt aan de hoofdprestatie en die zo aantrekkelijk mogelijk maakt. Een splitsing tussen theaterbezoek en pauzedrankje is volgens hen kunstmatig. Zij brengen één entreeprijs in rekening om het bezoek aantrekkelijker te maken, wat de bijkomende functie van het drankje onderstreept.

Het oordeel van het hof

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het pauzedrankje vanuit het perspectief van de gemiddelde bezoeker een afzonderlijk belang heeft ten opzichte van de voorstelling. Een splitsing is niet kunstmatig, zodat objectief gezien geen sprake kan zijn van één ondeelbare prestatie.

Wel acht het hof het pauzedrankje een bijkomende prestatie die het fiscale lot van de hoofdprestatie deelt. Voor de modale consument is het geen doel op zich. Er moet worden uitgegaan van één enkele prestatie, bestaande uit meerdere elementen, belast tegen het tarief van het hoofdelement.

Post b.12 acht het hof niet van toepassing, omdat die bepaling ziet op hotel-, café-, restaurant-, pension- of aanverwante bedrijven en niet op theaters, waar het dienstenaspect nauwelijks aanwezig is.

Conclusie

Theaters kunnen op grond van dit oordeel voortaan alcoholhoudende pauzedrankjes aanbieden tegen het verlaagde tarief. Daar zitten wel haken en ogen aan. Bezoekers mogen dan namelijk geen keuze krijgen om het drankje al dan niet te nemen, en het theater mag niet voor een breder publiek geopend zijn. Dat zou immers een caféfunctie oproepen, waarna de reguliere regels weer gelden.

Of de Belastingdienst zich hierbij neerlegt zal moeten blijken, want cassatie is nog mogelijk. De uitspraak is hier na te lezen.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.