ViDA komt eraan: de grootste btw-hervorming in decennia. Is uw organisatie klaar voor e-invoicing? Lees meer

Theater is 21% btw verschuldigd over in de entreeprijs begrepen pauzedrankjes

10 oktober 2022 3 min leestijd Door de specialisten van BTW-INSTITUUT

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een alcoholisch pauzedrankje in de entreeprijs geen bijkomende prestatie is bij de toegang tot het theater. Wij hebben twijfels over dat oordeel.

Verricht een btw-ondernemer meerdere prestaties tegen vergoeding aan dezelfde afnemer, dan moeten de btw-gevolgen in beginsel per prestatie afzonderlijk worden vastgesteld. Op die splitsingsregel bestaat een uitzondering: wat economisch gezien één prestatie is, mag voor de btw niet kunstmatig uit elkaar worden gehaald.

Die uitzondering doet zich voor wanneer een of meer elementen vanuit de modale afnemer bezien de hoofdprestatie vormen en andere elementen bijkomend zijn en het fiscale lot daarvan delen. Zij doet zich ook voor wanneer verschillende prestaties of elementen zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief één ondeelbare economische prestatie vormen.

Wanneer is een prestatie bijkomend?

Een prestatie is bijkomend als zij voor de modale afnemer geen doel op zich is, maar een middel om de hoofdprestatie zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Die vraag is vooral relevant wanneer voor een van de prestaties een vrijstelling of een verlaagd tarief geldt.

Denk aan parkeren (21%) bij een dierentuin of attractiepark (9%). Zou het parkeren bijkomend zijn bij het verlenen van toegang, dan zou uit de parkeerinkomsten slechts 9% btw verschuldigd zijn. De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren echter duidelijk gemaakt dat parkeren tegen een afzonderlijke vergoeding geen bijkomende prestatie is en dus belast is met 21%.

De uitspraak

Rechtbank Zeeland-West-Brabant deed uitspraak over het verlenen van toegang tot een theater (9%) waarbij een pauzedrankje (21% als het alcoholisch is) in de entreeprijs is begrepen. Is dat drankje een bijkomende prestatie bij de toegang, en dus ook belast met 9%?

De rechtbank oordeelt van niet. Mogelijk speelde daarbij een rol dat het theater aan lokale verenigingen wél een aparte vergoeding van € 3,50 in rekening bracht voor garderobe, pauzedrankje en administratiekosten, en dat bedrag ook op de kaartjes vermeldde in situaties waarin die prestaties in de prijs begrepen waren.

Onze twijfels

Wij hebben twijfels over de juistheid van dit oordeel. Is het pauzedrankje in de prijs begrepen, dan heeft de afnemer geen keuze. In zoverre verschilt de situatie van de arresten over parkeren bij de dierentuin of het attractiepark, waar het parkeren niet in de entreeprijs zat.

Dat het pauzedrankje voor de gemiddelde bezoeker van een theatervoorstelling een doel op zich zou zijn, is bovendien moeilijk voor te stellen. Het theater doet er naar onze mening dan ook goed aan deze beslissing aan te vechten met hoger beroep.

Zekerheid begint met een gesprek

Plan een gesprek met één van onze specialisten en krijg helderheid over uw btw-vraagstukken. Wij denken met u mee over de beste aanpak voor uw specifieke situatie.