Verruiming termijn ambtshalve teruggaaf bij overschrijding drempel afstandsverkopen
Wie de drempel van € 10.000 te laat ontdekt, betaalt buitenlandse btw en wil de Nederlandse btw terug. Door verschillen in naheffingstermijnen kon dat tot dubbele heffing leiden. Een nieuwe tegemoetkoming lost dat op.
Een in Nederland gevestigde ondernemer die via zijn webshop goederen of digitale diensten verkoopt aan consumenten in andere EU-lidstaten, moet daarover in principe buitenlandse btw berekenen. Sinds 1 juli 2021 geldt daarvoor een drempelbedrag van € 10.000 per kalenderjaar. Vóór die datum golden voor afstandsverkopen andere, meestal hogere drempels die per lidstaat verschilden. Het drempelbedrag voorkomt buitenlandse registratie- en aangifteverplichtingen voor ondernemers die maar beperkt grensoverschrijdend aan consumenten leveren.
Overschrijding van het drempelbedrag
Een ondernemer die alleen in Nederland is gevestigd mag Nederlandse btw berekenen zolang hij de drempel in het lopende kalenderjaar niet overschrijdt en dat in het voorafgaande jaar evenmin heeft gedaan. Overschrijdt hij de drempel lopende het jaar, dan moet hij vanaf de transactie waarmee dat gebeurt buitenlandse btw berekenen.
In de praktijk ontdekt een ondernemer de overschrijding regelmatig te laat en heeft hij ten onrechte 21% of 9% Nederlandse btw berekend. Hij moet zich dan alsnog registreren in de betreffende lidstaten en de btw daar voldoen. Het komt ook voor dat de buitenlandse fiscus de overschrijding constateert en een naheffingsaanslag oplegt. Wegens het niet aangeven en niet tijdig betalen kan de ondernemer bovendien met boeten en rente worden geconfronteerd.
Verschil in naheffingstermijnen
De ondernemer mag de ten onrechte betaalde Nederlandse btw terugvragen, maar aan dat verzoek om ambtshalve teruggaaf is een termijn van vijf jaar verbonden. Het verzoek kan hooguit betrekking hebben op de vijf kalenderjaren die voorafgaan aan het jaar van indiening. Een inspecteur die in 2025 zo'n verzoek ontvangt, mag op grond van het beleid dus alleen btw teruggeven die ziet op de periode vanaf 1 januari 2020.
Die vijfjaarstermijn is ontleend aan de Nederlandse naheffingstermijn, maar die termijn is niet in alle lidstaten gelijk. Sommige hanteren een langere termijn, bijvoorbeeld zeven jaar. Dat verschil leidt tot dubbele heffing over de jaren waarin de ondernemer wel buitenlandse btw moet betalen, maar de voldane Nederlandse btw niet meer terugkrijgt.
Tegemoetkoming
In het recent geactualiseerde besluit administratieve verplichtingen omzetbelasting is voor dit risico een tegemoetkoming getroffen. Bij overschrijding van het drempelbedrag mag de inspecteur de ten onrechte voldane btw teruggeven over de gehele periode waarop de naheffingsaanslag van de buitenlandse fiscus ziet.
Deze verruiming geldt vanaf de inwerkingtreding van het besluit op 9 mei. Naar onze mening is het onder omstandigheden ook mogelijk een beroep op de tegemoetkoming te doen wanneer al een teruggaaf is verleend, mits de buitenlandse naheffingstermijn nog niet is verstreken.
Een voorbeeld. Een Nederlandse ondernemer krijgt begin 2025 een naheffingsaanslag van een buitenlandse belastingdienst over de periode 2018 tot en met 2024. In 2025 heeft hij op verzoek de ten onrechte voldane Nederlandse btw vanaf 1 januari 2020 teruggekregen. Naar onze mening kan hij met een beroep op het nieuwe beleid in 2025 alsnog de Nederlandse btw over 2018 en 2019 terugkrijgen: op het moment van dat nieuwe verzoek is de buitenlandse termijn van zeven jaar immers nog niet verstreken.